1 op de 5 kan zichzelf niet zijn op het werk: carrièrecoach legt uit hoe dat wél lukt

doorNathalie Topsop 09/11/2020

Dat je op je werk vaak de nét iets betere versie van jezelf bent, is normaal. ’s Ochtends het gevoel hebben dat je weer een dagje een masker moet opzetten, is dat niet. De oplossing bestaat erin de gulden middenweg te vinden. Psychologe en carrièrecoach Roos Woltering legt uit hoe je dat doet. “We hebben allemaal ‘free traits’: rekbare persoonlijkheidskenmerken die de ideale brug vormen tussen hoe je bent en wat er van je verwacht wordt.” 

Kan jij op je werk zijn wie je écht bent? Tachtig procent van de Belgische werknemers vindt van wel, zo bleek vorig jaar uit een bevraging van uitzendspecialist ASAP. Wat dat ‘jezelf zijn’ dan precies inhoudt? De werkdag indelen volgens je eigen wensen - afspraken 
plannen, pauzes nemen of werken wanneer de inspiratie welig tiert - verklaart bijna de helft van de respondenten. Meer dan dertig procent voelt zich pas zichzelf als een ochtendhumeur of een dipje niet gecamoufleerd hoeft te worden.  En voor een op de vier draait ‘zichzelf zijn’ om de eigen mening uiten, zonder al te veel omwegen.

Maar zelfs als aan al deze voorwaarden voldaan is, kan je professionele-ik nog wat verschillen van je privé-ik, stelt psychologe en carrièrecoach Roos Woltering. Hoe dat ‘jezelf zijn’ precies vormgegeven wordt, is immers afhankelijk van de situatie, legt ze uit. “Je persoonlijkheid is geen vaststaande, onveranderlijke kern, maar een multifaceted self: mensen hebben verschillende kanten die samen één persoonlijkheid vormen. Afhankelijk van de context wordt een bepaald deel meer naar de voorgrond geschoven, terwijl een ander deel wat naar de achtergrond verdwijnt.’

Kameleon

Wat bazen en schoonouders gemeen hebben? Net zoals we bij onze schoonfamilie dat ietsje behulpzamer en beleefder zijn, doen we ook op de werkvloer meer moeite om onszelf van onze beste kant te laten zien. Met misleiding heeft dat weinig van doen: mensen gedragen zich verschillend naargelang hun gezelschap en omgeving. Uit onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Kennon Sheldon uit de jaren negentig bleek bijvoorbeeld dat proefpersonen bij hun partner opener, op het werk plichtsgetrouwer en als vriend extraverter waren dan tijdens hun puber- of studententijd. Roos Woltering: “De rol die je te vervullen hebt in een bepaalde situatie beïnvloedt je gedrag. Tijdens een avondje uit met vriendinnen heb je bijvoorbeeld meer ruimte om de uitbundige kant van jezelf te laten zien dan tijdens een vergadering. Bovendien gelden er op de werkvloer hiërarchische verhoudingen - je staat oftewel onder, boven of naast iemand-, terwijl vriendschap gebaseerd is op gelijkheid. Ook dat heeft natuurlijk een invloed op je gedrag. Als leidinggevende vertel je jouw medewerkers wat ze moeten doen. Je partner of vriendenkring zal het daarentegen een pak minder op prijs stellen als jij de hele tijd de lakens uitdeelt.”

We zijn dus allemaal een beetje kameleon. Vaak zit het kleurverschil hem vooral in de manier waarop bepaalde karaktereigenschappen in de verf worden gezet, of juist gedimd. “Je moet een balans zoeken tussen wat nut heeft, en wat niet. Tussen wat jij wil, en wat er van jou gevraagd wordt. Privé is dat heel makkelijk: ‘word ik hier gelukkig van?’ is op dat gebied de allesbepalende vraag. Als de perfectionist in jou uren wil spenderen aan het decoreren van een taart, moet je dat vooral doen. Op je werk spelen er echter andere belangen mee: wat je doet, moet ook dienend zijn voor de organisatie. Een halve dag verspillen aan de opmaak van een document dat nog zes keer gewijzigd zal worden, is dat bijvoorbeeld niet. Op dat moment moet je jouw innerlijke detaillist echt wel afremmen in functie van je takenpakket.” Fluogeel of vanille: net als kleuren kunnen onze eigenschappen dus qua intensiteit verschillen in het belang van de situatie.

Elastiekje versus plastic boeket

In zijn boek Wie ben je nu eigenlijk echt? De persoonlijkheidspuzzel zoomt persoonlijkheidswetenschapper Brain R. Little in op het spanningsveld tussen je werk-ik en je privé-ik. Roos Woltering: “Er zijn twee manieren om na te denken over je persoonlijkheid. Enerzijds is een persoonlijkheid dat wat je hebt. Volgens de karaktertrekpsychologie valt je karakter onder te brengen in vijf dimensies van persoonlijkheidstrekken. Die beschrijven de universele aspecten waarin mensen verschillen: neuroticisme versus stabiliteit, extraversie versus introversie, openheid voor ervaring versus geslotenheid, consciëntieusheid (zorgvuldigheid) versus laksheid en vriendelijkheid versus antagonisme (of tegenstreving). Anderzijds heeft ook datgene wat je doet een invloed: soms vereist een bepaald persoonlijk project iets dat buiten je karakter ligt. Zo ben ik als rasechte introvert niet bepaald een entertainer. Maar als docent moet ik om acht uur ‘s ochtends wel grappig en charismatisch voor de dag komen om mijn studenten wakker te houden. Als mens zijn we dus in staat om te variëren op het standaardpakket met karaktereigenschappen dat we meegekregen hebben. Ik noem het ‘free traits’: rekbare persoonlijkheidskenmerken die de ideale brug vormen tussen hoe je bent en wat er van je verwacht wordt.” 

Af en toe eens wat minder jezelf zijn is dus geen probleem: het is een menselijk aanpassingsmechanisme. “Al kan het systeem ook vastlopen: als je het elastiekje te lang en te ver uitrekt, dan gaat het stuk. Om dat te voorkomen, moet je na elke oprekking even bijkomen. Na een tijdje kan het elastiekje weer even uitgerekt worden - maar niet te ver en niet te lang. Zo voorkom je dat een boeket plastic bloemen wordt: net het feit dat het té perfect is, maakt het onnatuurlijk - en dus knappen we erop af.”

Als de rol die je op je werk ‘speelt’ toch net iets te ver - of zelfs héél ver - van je werkelijke zelf af ligt, zorgt dat voor stress, eenzaamheid en onvrede, stelt professor Little. Uit de ASAP-bevraging kwam naar voren dat jezelf niet kunnen zijn op het werk de creativiteit afremt. Voor een derde van de groep ontevreden werknemers was het zelfs dé reden om een andere job te overwegen. Maar hoe voorkom je dan dat de elastiek definitief springt? “Door af en toe gewoonweg eerlijk te zijn”, stelt Roos Woltering. “Durven toegeven dat een bepaalde opdracht je niet ligt of je niet aan een bepaalde verwachting kan voldoen, kan heel functioneel zijn. De hele tijd bezig zijn met de verwachtingen van een ander is trouwens best vermoeiend. Met persoonlijk leiderschap neem je zelf de regie in handen:  ga voor jezelf na wat je wilt en wat niet. Bedenk wat je nog niet kan, en wat je nog wil leren.Als mensen uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek, zijn ze maar met één ding bezig: de ander ervan overtuigen dat zij de man of vrouw zijn voor de job. Aan één cruciale vraag gaan ze voorbij: past de baan wel bij mij? In onze succesmaatschappij zijn we zo bezig met slagen in de ogen van anderen, dat we vergeten om onszelf af te vragen waarin we precies succesvol willen zijn.”

Pas op voor valkuilen

Wie zichzelf kan zijn op het werk, is bereid om zich extra in te zetten, ervaart meer werkplezier en ziet zijn creativiteit de hoogte inschieten, blijkt uit de ASAP-enquête. Ergens logisch, vind de psychologe. “Vaak zie je dat het karakter van mensen sowieso wat doorschemert in hun job: iemand die veel behoefte heeft aan structuur, kiest meestal voor een functie die organisatietalent vereist. Wie van nature erg zorgzaam of behulpzaam is, zal sneller in een ondersteunende functie terechtkomen. Geboren leiders zijn zowel op professioneel als privévlak vaak haantje de voorste. Hoe meer je takenpakket matcht met datgene wat je graag doet, hoe succesvoller je bent.” En hoe meer je bepaalde kwaliteiten kan gaan ontwikkelen.

Tegelijk graaf je daarmee mogelijk je eigen valkuil: dat eeuwige zorgen, luisteren of leiden kan gaan wringen. “Op mijn werk vraagt geen enkele cliënt hoe het met mij gaat. Dat is logisch: mijn job bestaat erin om te luisteren. Toch heb ik ook af en toe behoefte aan die vraag. En dus moet ik ervoor zorgen dat die nood privé ingevuld wordt. De verzorger wil zelf ook wel eens in de watten gelegd worden; de leider wil wel eens een keer de volger zijn. Mensen hebben er niet alleen nood aan om zoveel mogelijk zichzelf te kunnen zijn; ze hebben nood aan balans. We hebben altijd beide kanten van de medaille nodig om ons potentieel volledig te kunnen waarmaken. Niet alleen jezelf zijn is dus - zowel op de werkvloer als privé - een uitdaging: eens even niét jezelf zijn, is dat evenzeer.” 

Het is dus goed om af en toe uit je comfortzone te stappen. “De simpelste manier om te werken aan je eigen ontwikkeling  is na te denken over wat je grootste kwaliteit is. Neem daar vervolgens het tegenovergestelde van en ga daarmee aan de slag. Zo word je niet minder jezelf, maar kom je meer in balans.”

De drie dimensies van het jezelf-zijn

Om te kunnen meten hoezeer mensen zichzelf kunnen zijn op het werk ontwikkelde de Nederlandse hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Toon Taris en organisatiespecialist Ralph van den Bosch de I AM WORK-test. Die bevraagt mensen op drie dimensies:

1. Authentiek gedrag: is je werk in overeenstemming met je waarden en overtuigingen?

2. Gevoel: heb je het gevoel dat je op je werk kan zijn wie je bent of ben je een ander persoon dan thuis?

3. Externe invloed: in hoeverre hebben anderen invloed op wat je doet of bepaal je dat zelf?

Taris deed onderzoek bij 550 werknemers van twee financiële instellingen. De conclusie: hoe authentieker iemand op het werk kan zijn, hoe prettiger hij zich voelt. Hij is meer bevlogen en energieker, presteert beter en de kans op een burn-out of op verveling neemt af. Uit een studie van de Rice universiteit in Texas blijkt bovendien dat mensen met een of ander onzichtbaar ‘stigma’ – zoals een andere seksuele geaardheid dan de meerderheid van de collega’s of ernstige gezondheidsproblemen – zich prettiger voelen als ze daar open over kunnen zijn dan wanneer ze het verzwijgen. Dat wegmoffelen kost veel energie en veroorzaakt uiteindelijk stress.