Bio en waarom dan wel?

doorNathalie Topsop 16/05/2017

Bio, daar kan je niet meer omheen. Groenten, fruit, maar ook cosmetica, pralines of frisdrank: haast alles wat in je winkelkarretje past, heeft tegenwoordig een biovariant. Zie jij tussen al die biobomen het bos niet meer? Wij gingen de boer op en zochten het antwoord op een aantal veelvoorkomende vragen.

Wat maakt bio meer dan de zoveelste culinaire trend?

Bio, een modewoord? Anno 2017 floreert de biologische landbouw zoals geen enkele bloem dat kan, en het heeft er alle schijn van dat deze bloeiperiode nog lang niet voorbij is. Dat is althans de conclusie waartoe een recente studie in opdracht van VLAM vzw ons noopt. Hoewel de Belgische consument bio nog vooral met verse voedingsmiddelen associeert, blijkt het aanbod en de verkoop van verwerkte bioproducten de laatste jaren sterk toe te nemen. Dat laat zich voelen in de portemonnee: in tien jaar tijd steeg het budget dat Belgen aan bioproducten besteden met maar liefst 68 procent. De tijd dat bio vooral een niche was, lijkt dus voorgoed verleden tijd. Wie de proef op de som wil nemen, hoeft daarvoor maar door de plaatselijke supermarkt te kuieren. Bleef het enkele jaren geleden nog bij een appel of een komkommer, dan nemen de bio- varianten van babyvoeding, bier, wijn, cake, gebak, koekjes, snoep, vleeswaren, vruchtensap, frisdranken en zelfs kant-en-klaarmaaltijden vandaag een prominente plaats in de rekken in. Het doet je misschien een beetje denken aan de light-vloedgolf van een decennium geleden, of de recente hang naar producten die zogenaamd 'artisanaal' vervaardigd werden. Toch mag je bio niet over dezelfde kam scheren, aldus NICE of het Nutrition Information Center. 'Anders dan benamingen als 'natuurlijk', 'ambachtelijk' of 'traditioneel' geeft het biolabel je namelijk wel degelijk een garantie. De term is immers wettelijk beschermd en mag daarom alleen vermeld worden op de verpakking van voedingsmiddelen die geproduceerd werden volgens specifieke richtlijnen. Die regel- geving bepaalt op Europees niveau hoe de boer biologische gewassen moet telen en biologische dieren moet kweken. Ook de verwerking van biologische grondstoffen tot een verwerkt bioproduct werd door de wetgeving in normen vastgelegd.'

Voor rawfoodchef Julie Van den Kerchove is het veeleer een kwestie van smaak dan een hype. Haar keuze voor bio is voornamelijk gemotiveerd vanuit haar passie voor de pure, plantaardige keuken. 'Omdat de typische bioboer vooral mikt op lokale teelt, gebeurt het zaaien aan de hand van de seizoenen. Dat luisteren naar de natuur werpt zijn vruchten af in het bord: omdat elk stuk fruit of groente dat in je gerecht belandt op dat bepaalde moment in topvorm is, heb je geen kilo's saus of hopen kruiden nodig om een gebrek aan smaak te maskeren. Iets wat wel broodnodig is bij de fletse tomaten die je in de winter koopt of de boontjes die met tonnen uit Kenia geïmporteerd worden.'

Is bio dan echt gezonder?

Bij rawfoodchef Julie klinkt het volmondig ja. 'Interesse was er altijd al, maar het was vooral de chronische vermoeidheid die me in mijn studententijd voor een plantaardige keuken met grotendeels biologische ingrediënten deed kiezen. Naast een smaakverschil merk ik dat ik met een ander gevoel van tafel ga als er met bioproducten gekookt werd. Ik voel me dan vitaler en meer voldaan.' Een onderzoek van de universiteit van Newcastle lijkt Julies ervaring te staven. Daaruit bleek dat biologische gewassen - denk dan vooral aan groenten, fruit en granen - tot zestig procent rijker zijn aan een aantal belangrijke antioxidanten dan hun niet-biologische tegenhangers. Toch heerst er discussie binnen de wetenschap. Andere studies vinden dan weer geen verschil, of draaien zelfs uit in het voordeel van de conventionele landbouw.

Ook Jan Tytgat, toxicoloog aan de KU Leuven,noemt de bevindingen van de universiteit van Newcastle twijfelachtig: 'Voorlopig bestaat er geen enkel sluitend bewijs dat élke biotomaat meer vitaminen of mineralen bevat dan de reguliere variant. Dergelijke zaken zijn namelijk afhankelijk van diverse omstandigheden.' Waarmee dezelfde biotomaat zich dan van de reguliere variant onderscheidt? Het feit dat hij geen synthetische pesticiden bevat. Elk jaar opnieuw circuleert her en der 'The Dirty Dozen', een top twaalf van groenten en fruit waarop de meeste pesticiden teruggevonden werden. Of dat dozijn ook in België als 'vuil' beschouwd mag worden, kan Jan Tytgat niet zeggen. Hij baseert zich liever op de statistieken van het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid. Dat gaf aardbeien, paprika en spinazie in het verleden al eens een slecht rapport. Niet toevallig prijken die drie even-eens bovenaan het Amerikaanse lijstje. 'Hoewel het pesticidegebruik in Europa relatief streng gecontroleerd wordt, is het mogelijk én toegelaten dat er een klein beetje residu op ons eten achterblijft. Of dat voor bio pleit? Laten we zeggen dat het in geen geval kwaad kan. Vooral bij zwangere vrouwen en kinderen kunnen we nooit voorzichtig genoeg zijn', aldus professor Tytgat.

Bio kopen, is dat geen druppel op een hete plaat?

Een groot deel van de bioconsumenten noemt de zorg voor het milieu als belangrijkste motivator voor hun koopgedrag. Dat wordt her en der al eens op hoongelach onthaald. Een zwaluw maakt de lente immers niet. Oftewel: het is niet omdat jij extra centjes voor dat groene logootje wil neertellen, dat je buurman of -vrouw ook bereid is dat te doen.

Volgensbiologische veeteler en voorzitter van BioForum Kurt Sannen wijst de groei van deze landbouwvorm er echter op dat bio wel degelijk het verschil kan maken in de toekomst. 'In de agrarische sector heerst algehele malaise. Alleen al in Vlaanderen hielden honderden boeren het dit jaar voor bekeken. Omdat hun bedrijf niet meer rendabel is, hoor ik weleens. Tegelijk komen er elk jaar wel telkens nieuwe biobedrijven bij. Ondertussen mag één op de acht boeren in Wallonië zich biologisch noemen, in Vlaanderen is dat één op de honderd. Voor het Nederlandse taalgebied is dat inderdaad nog geen opzienbarend cijfer, maar we halen onze achterstand tegenover onze Waalse collega's met rasse schreden in. Dat we een van de weinige Europese landbouwsectoren zijn die groeien, vormt voor mij het mooiste bewijs dat de biobeweging meer impact heeft dan die van een druppel op een hete plaat. Ondertussen zijn we trouwens al zo wijdverspreid dat het een olievlek geworden is.' Ook vlees vind je anno 2017 vlotjes bio. Helaas stoot een biokoe of -varken eveneens heel wat broeikasgassen uit. Kurt Sannen: 'De mens heeft vlees nodig, maar er hoeft niet elke dag een brochette of kotelet op je bord te liggen. Net zoals je liever traag van een goed glas whiskey geniet dan dat je een goedkope fles zonder nadenken naar binnen giet, kan je beter twee keer per week een goed stuk kwaliteitsvlees op tafel brengen dan elke dag een goedkope filet of biefstuk te serveren die op vlak van smaak en dierenwelzijn te wensen overlaat. Beter voor het milieu, de dieren én je gezondheid.'

Een diervriendelijke biefstuk, bestaat dat?

Natuurboer Kurt Sannen: 'Het debat over voeding wordt al te vaak gereduceerd tot zwart en wit. Dierenvriend? Dan kan je maar beter geen vlees meer op het menu zetten, want een dier slachten staat zogezegd per definitie gelijk aan leed. Vegetariër en bourgondiër worden zo met getrokken messen tegenover elkaar geplaatst. Maar de realiteit is complexer dan dat. Wie ethisch met dieren wil omgaan, hoeft niet meteen al het vlees af te zweren. Alle boeren hebben wettelijke verplichtingen inzake milieu, natuur en dierenwelzijn. Voor wie onder het biolabel werkt, komt daar een hele set aan regels bij. Zo worden er extra eisen gesteld in verband met de stallen, de beschikbare oppervlakte, het voer en de hoeveelheid daglicht en buitenlucht die het vee dagelijks krijgt. Ook het dier verminken is uit den boze.' Dat blijkt minder vanzelfsprekend dan het lijkt. 'Het knippen van varkens- en schapenstaarten, verwijderen van de hoorns van runderen, snavelbranden bij kippen of castreren van biggen: allemaal zijn het zaken die nog steeds toegelaten zijn in de reguliere veeteelt en met de regelmaat van een klok gebeuren. In de biologische veehouderij mogen dergelijke procedures alleen uitgevoerd worden als de veiligheid van de boer ervan afhangt, het het welzijn van de dieren verhoogt of de kwaliteit van de producten verzekert. In de praktijk kiest de bioboer er dus alleen voor als er geen andere optie is. Bij dekstieren is het inkorten van de hoorns bijvoorbeeld aangewezen, want als zo'n beest er een in je buik ploft, valt er niet veel meer te boeren.' (lacht) Wat de bioboer nog van de conventionele onderscheidt, is dat zijn onderneming kleinschaliger is: hij houdt (verplicht) minder dieren per hectare. Dat laat zich ook op logistiek vlak merken. 'Soms zie je trucks rijden waaruit her en der een varkenssnuit komt piepen. Op elkaar gepropt zijn ze op weg naar het slachthuis. Dergelijke toestanden komen bij ons niet voor. Uit welzijnsoverwegingen, maar ook omdat we doorgaans niet het vee hebben om zo'n grote vrachtwagen te vullen. Veel bioboeren brengen hun dieren zelf naar het slachthuis. Echte 'bioslachthuizen' zijn er niet in België, maar degene die biodieren slachten, worden extra gecontroleerd op ethiek. Zo wordt dierenmishandeling uitgesloten.'

Hoe valt het prijsverschil te verklaren?

Of je nu naar de plukboerderij, biowinkel of supermarkt trekt, bio laat zich eveneens herkennen aan het prijskaartje. Het prijsverschil tussen gangbaar voedsel en bio mag dan met het jaar wel kleiner worden of stabiel blijven, het is er wel. Gemiddeld zijn biologische versproducten een derde duurder, geeft BioForum-medewerker Sabrina Proserpio toe. 'Dat komt omdat de productiekosten van de bioboer hoger liggen, maar ook omdat hij een betere onderhandelingspositie heeft en daardoor hoogstwaarschijnlijk een eerlijker loon ontvangt voor zijn waar.' Bovendien is er heel wat variatie in het segment, en helpt seizoensgebonden en bewust winkelen de prijs drukken. 'Afhankelijk van product tot product kan het prijsverschil aanzienlijk oplopen dan wel slinken. Het kleinste zien we bij de vleesvervangers; het grootste bij eieren en vlees.' Kies je eieren voor je geld, dan belandt de gangbare variant in je winkelkarretje: een scharrelei blijkt tot 50 procent goedkoper dan zijn biotegenhanger, zo wees onderzoek in opdracht van VLAM uit. En dat terwijl scharrelkippen ook vrij in het rond mogen pikken, toch? Dat blijkt een misverstand. 'Scharrelen' houdt in dat gangbare kippen vrij mogen rondlopen in de stal en niet opgesloten zitten in een kleine kooi. Enkel voor kippen 'met vrije uitloop' en voor biologische kippen is een buitenloopruimte wettelijk verplicht. Deze en andere diervriendelijke maatregelen, de hogere logistieke kosten en het duurdere biovoer vormen de verklaring voor het prijsverschil', verduidelijkt BioForum.