De gezonde gewoontes van Radio 1-stem Layla El-Dekmak: “Voltijds werken aan dit ritme? Nee. Het leven is daar te mooi voor”

doorRoxanne Wellensop 17/08/2021

Layla El-Dekmak (33) is radio­presentatrice en de vrouw achter Radio 1-podcast ‘Lijf’, een reeks over hoe we naar ons lichaam kijken en wat dat zegt over onze maatschappij. Door het scherm van de videocall heen voelen we: deze vrouw staat in haar kracht. Zonder schroom zet ze haar fysieke en mentale welzijn altijd op de eerste plaats. “Mijn vrienden zijn het gewend dat ik zeg: ‘Ik kan niet.’ Ik haal nu eenmaal energie uit alleen zijn.” Ze deelt haar belangrijkste gezonde gewoontes voor minder (werk)stress, meer zelfliefde, minder hangry zijn en meer geluk.

1. Tijd voor mezelf inplannen: “Ik haal energie uit alleen zijn”

“Ik werk fulltime en mijn job is erg druk. Als ik de ene avond iets ­sociaals doe, dan heb ik de avond daarna tijd voor mezelf nodig. Ik vraag me regelmatig af: wat voel ik nu en wat heb ik nodig? Er is standaard een halve dag in het weekend gereserveerd voor me-time: opstaan, koffiedrinken, muziek luisteren, op mijn tapijt gaan liggen met allemaal boeken en magazines, mijn haar wassen, wat ongeveer twee uur duurt. (lacht) Die halve dag is heilig. Als ik een paar weken intensief bezig ben met een project en ’s avonds doorwerk, hou ik het weekend helemaal leeg. Afspraken geven me dan stress.”

“Mijn vrienden zijn het gewend dat ik zeg: ‘Ik kan niet, want ik heb gisteren al iets gedaan.’ Ze weten dat ik thuiszit, waarschijnlijk met de gordijnen dicht, en dat ik muziek luister en boeken lees. Ik kan dan zelfs geen films bekijken. Ik klink echt als een tachtigjarige vrouw, ik weet het. (lacht) Maar ik haal energie uit alleen zijn.”

“Twee dagen geleden zei een vriendin nog: ‘Jij kan zo goed voor jezelf zorgen.’ Ik weet inderdaad heel goed wat ik nodig heb. Ik heb ooit zo’n onlinetest gedaan waaruit bleek dat ik 49 procent introvert en 51 procent extravert ben, en dat kan weleens kloppen. Ik ben erg sociaal, maar kan er alleen maar van genieten als ik uitgerust ben. Alleen dan kan ik de beste versie van mezelf zijn. Alleen dan kan ik écht aanwezig zijn. Ik kan ook niet liegen, hè, dus mensen hebben het meteen in de gaten als ik me niet goed voel. Nee, ik heb totaal geen fomo (fear of missing out, red.). Als ik de vibe niet voel, is er geen plek waar ik liever ben dan thuis.”

2. Zo veel mogelijk gaan surfen: “Water is voor mij noodzakelijk”

“Surfen hangt voor mij samen met een ‘horizongevoel’. Ik heb die weidsheid regelmatig nodig. Dat brengt rust. Water is voor mij noodzakelijk. (krijgt grote glimlach op haar gezicht) Ik woon vlak bij de Schelde in Antwerpen. Na een drukke dag ga ik iets voor zonsondergang naar buiten, kijk ik naar de zon die ondergaat aan het water en ga ik weer naar huis. Dan heb ik het gevoel dat ik de dag heb neergelegd. Dan sta ik misschien niet op een plank, maar ik ben wél aan een horizon.”

“Ik heb nog nooit een sport gevonden die zoveel voor mij doet als surfen. Het is een sport en je bent buiten, wat ik sowieso zalig vind, en je hebt die horizon. Aan zee kijk je naar de wereld op een andere manier. Je peddelt in het water, draait je om, en ineens heb je een andere blik. Surfen houdt me ook nederig. Ik doe het graag, maar ik kan het nog niet zo heel goed. Mensen denken dat dat zoals fietsen is, maar dat klopt niet: je leert het niet zomaar in twee maanden. Bizar eigenlijk dat ik surfen leuk vind, want ik ben van zoveel dingen bang!”

“Door covid ben ik ook in België en Nederland beginnen te surfen. Een à twee keer per week, al is het nu al even geleden. Oké, de golven zijn niet top, maar het unieke gevoel blijft wel hetzelfde. Ik neem twee maanden per jaar vakantie, en in die twee maanden staar ik gewoon naar een zee. Meestal in Portugal. Ik surf wat, ik lees wat, en dat is het. Voltijds werken aan dit ritme? (schudt het hoofd). Nee. (schaterlacht) Het leven is daar te mooi voor. Pas op, ik doe mijn job heel graag, maar twee maanden in een jaar wil ik kunnen zeggen: ‘Ciaokes, byekes, ik ben weg.’”

3. Houden van mijn lichaam: “We zullen zelf wel beslissen hoe we eruitzien”

“Ik heb redelijk weinig, tot bijna geen complexen over mijn lichaam. Door mijn nieuwe podcastreeks ‘Lijf’, waarin ik onderzoek hoe vrouwen tegenover hun lichaam staan, te maken, besef ik dat dat vooral door mijn mama komt. Ze maakte nooit een opmerking over ons uiterlijk. Nooit. Niet over mijn lijf of dat van mijn zus, maar ook niet over dat van zichzelf. Ze keek zelfs amper in de spiegel. Ik dacht altijd dat ze gewoon niet met haar lichaam bezig was, tot ze mij op een dag vertelde dat ze zich lang slecht in haar vel heeft gevoeld, maar dat bewust achter zich liet toen ze kinderen kreeg. Ik vind dat straf.”

“Waarom ik de podcastreeks dan heb gemaakt? Ook ik voel de druk om een perfect lichaam te hebben. Ik word elke dag gebombardeerd met boodschappen die me vertellen hoe mijn lichaam eruit moet zien, wat ik moet eten, welke sporten ik moet doen ... Dat is heel vermoeiend.”

“Net omdat ik zelf complexloos ben, is mijn verontwaardiging zo groot. Ik snap niet hoe het kan dat zo’n gigantische industrie een massa geld verdient aan ons ongelukkig maken. Ben je te mager, dan moet je iets eten; ben je te dik, moet je vermageren; als je bezig bent met je lichaam, dan ben je frivool. Het is zo verwarrend. Laat ons! Wij zullen zelf wel beslissen hoe we eruitzien.” (lachje)

“Nog iets wat ik geleerd heb door mijn podcasts, is dat er een grote eenzaamheid heerst onder vrouwen. We zijn met zoveel, maar als we met onzekerheid of verdriet zitten over ons lichaam, durven we dat amper met iemand te delen. Omdat we zo weinig échte lichamen zien, voelen we ons daar zo alleen in. Die eenzaamheid heeft me verbaasd. Het uitwisselen van ervaringen kan een manier zijn om die eenzaamheid aan te pakken.”

4. Doen wat me gelukkig maakt: “Het is nodig om andere visies te leren kennen”

“Lekker eten is voor mij heel, héél belangrijk. Dat maakt mijn dag gewoon beter. Ik neem bijvoorbeeld ook mijn eigen koffie mee naar het werk. Zoals ik al zei, het leven is te kort, ook om vieze koffie te drinken.” (lacht)

“Ik heb een Libanese papa en een Belgische mama. De Libanese keuken is de beste in de wereld. Sorry, ik durf dat gewoon zo te poneren, we gaan daar zelfs niet over discussiëren. Maar dan. (mompelt) Tja, de Belgische keuken. Oh, mijn mama zal dit niet zo graag horen. Maar bloemkool in witte saus, schorseneren in witte saus, prei in witte saus. Altijd vergezeld van een stuk vlees. Typisch Vlaamse kost, je kent het wel. (lacht) Dat is niet echt mijn ding. Toen we jong waren, werkte mijn moeder superhard, daardoor was er geen tijd om te koken. We zijn opgevoed met Aldi-pizza’s, die met een mistroostige zwarte olijf in het midden.”

“Ik word snel hangry. Als mijn honger opkomt, heb ik vijf minuten de tijd om eten te zoeken voor het om zeep is. Daarom heb ik ook áltijd snacks in mijn handtas zitten: noten, gedroogde vijgen, abrikozen, repen, een appel.”

“Maar er is natuurlijk meer dan eten. Ik vind het belangrijk om geïnspireerd te blijven. Naar het M HKA gaan om te kijken naar een tentoonstelling. Maar ik kan evengoed genieten van een leuk gesprek met iemand. Het is echt nodig om je in andere werelden te begeven, andere visies te leren kennen. Daarom lees ik zo graag. Ik ben gewoon wat random dingen aan het spuien waar ik gelukkig van word, hè!”