Factor 100 smeren en naar een lifecoach: de gezonde gewoontes van sportanker Lies Vandenberghe

doorRoxanne Wellensop 14/05/2021

Ze is al een jaar te zien als sportanker op VTM, waar ze met haar mooie lach de harten van heel Vlaanderen steelt. Maar de West-Vlaamse Lies Vandenberghe (30) is ook een toegewijde mama en een no-nonsense vrouw die voor haar tv-carrière nooit een dagcrème smeerde. Hoe sportief is ze zelf? En hoe creëert ze naast haar drukke job toch nog qualitytime met echtgenoot: sportjournalist Maarten Breckx, en haar jonge zoontje Georges (2)? “Als mijn mentale gezondheid wankelt, gaat het slecht op het werk en voelt mijn kind dat.” 

1. In beweging blijven: “Ik heb mijn 10.000 ­stappen ook mentaal nodig”

“Eerst en vooral: ik hoop dat je geen fancy work-outs en hippe shakes verwacht, want je kan je niet voorstellen hoe ouderwets ik ben. Mijn sportgewoontes zijn vrij simpel. Vóór de coronacrisis ging ik naar een sportclub in Edegem. Ik mis het wel. Door corona ben ik dan maar naar iets anders op zoek gegaan. Lopen? Nee. Ik kan dat niet en ik vind het ook niet tof. Meermaals Start to Run geprobeerd, maar telkens tot dezelfde conclusie gekomen: gaat niet. Wandelen vind ik dan wel weer fantastisch. Ik zou het de hele dag lang kunnen doen. Mijn man (sportjournalist Maarten Breckx red.) zegt ­altijd dat ik het ook écht goed kan. Mijn voeten doen nooit pijn en ik heb best een hoog tempo.”

“Ik heb ontdekt dat ik aan mijn dagelijkse beweging kom door kleine dingen in mijn dagroutine te veranderen. Ik neem bijna altijd de trap op het werk, en dat zijn véél trappen. Ik ga overal heen met de fiets en al mijn boodschappen doe ik te voet. Een podcast in mijn oren en hup. Naar de bakker, naar de slager, zelfs naar de Delhaize met Georgeske (haar zoon met Maarten red.). Als ik toch de auto gebruik, parkeer ik die expres verder weg. Zo kom ik elke dag zeker aan 10.000 stappen. Dagelijks bewegen werkt voor mij beter dan drie keer per week sporten. Soms heb ik uit het niets een dipje en realiseer ik me dat ik mijn stappen nog niet gezet heb. Ik heb het dus ook mentaal nodig.”

2. De humor in alles zien: “Ik kan mijn kind niet gelukkig maken als ik zelf niet gelukkig ben”

“Vlak voor ik sportanker werd, begon ik naar een lifecoach te gaan: Ilse Van Acker. Ik ben op haar site gaan kijken en dacht: jou heb ik efkes nodig in mijn leven. Nu ga ik één keer per maand naar haar toe. Ik ga naar een osteopaat voor mijn nek, naar een dokter als ik me niet goed voel en naar een coach voor mijn kopke. Dat is toch het belangrijkste? Als mijn mentale gezondheid wankelt, gaat het slecht op het werk en voelt mijn kind dat.” 

“Ik ben zoveel gelukkiger sinds ik naar mijn coach ga. Ilse reikt tools aan die me helpen om instant positiever in het leven te staan. Als iemand agressief naar me toetert op de autosnelweg, denk ik: oh, die heeft een slechte dag. En dan voel ik zelfs medelijden! Ik weet dat zo’n reactie niets met mij te maken heeft. En ik probeer overal de humor van in te zien. Op dagen dat alles verkeerd loopt bijvoorbeeld: ik ben al te laat en Georges heeft nét alles ondergekakt. Dan lach ik daarmee. Het helpt om me de dingen minder hard aan te trekken.”

3. Voor mijn huid zorgen: “Ik smeer soms factor 100 op mijn gezicht”

“Ik wilde tot mijn 23ste altijd gebruind zijn in de lente en de zomer. Het was bijna een obsessie. Als ik een kleurtje had, kreeg ik ook daadwerkelijk meer complimenten. Bij het minste straaltje zon holde ik naar buiten om er zo lang mogelijk te blijven zitten, zonder zonnecrème op. Zelfs met een olie op mijn snoet om nog bruiner te worden. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: maar man, wat dácht ik eigenlijk op dat moment?” 

“Hoe ik van mijn zonneklopobsessie ben afgeraakt? Ik las een interview met Jennifer Aniston. Zij riep jonge meisjes op om zonnecrème te gebruiken. Zij had het zelf nooit gedaan, omdat ze snel wilde bruinen, maar haar huid had daardoor zonneschade opgelopen. Maarten droeg ook bij aan die omslag. Hij heeft een heel gevoelige huid. Zo gevoelig zelfs dat hij factor 100 op zijn gezicht smeert. Door hem begon ik factor 50 te dragen. Ik merkte al snel dat ik alsnog bruinde. Ik draag nu altijd factor 50 in de lente, en in de zomer factor 100 op mijn gezicht. Ik vind het een goede gewoonte van mezelf dat ik nu zonnecrème smeer vanaf het eerste moment dat de zon er is.”

“Sinds ik sportanker ben, draag ik ook dagcrème. Daar ben ik superlaat mee begonnen, ik weet het. Ik geneerde me vroeger dan ook altijd dood, wanneer mensen me vroegen welke crèmes ik smeerde, en ik ‘niets’ antwoordde. Ik gebruikte gewoon de klassieke blauwe pot Nivea. Maar nu moet ik mezelf vaak opmaken voor het nieuws. Een van de visagisten van VTM raadde me aan om toch maar dag- en nachtcrème te beginnen dragen om mijn huid te beschermen. Ik wist tot een jaar geleden zelfs niet hoe ik me fatsoenlijk moest ontschminken.”

4. Altijd samen gaan slapen: “Elke ochtend doen we een groepsknuffel met ons drietjes”

“We proberen altijd samen naar bed te gaan. Dat halfuurtje voor we gaan slapen is belangrijk voor mij, omdat je dan gewoon nog eens babbelt en knuffelt. Dat heb ik nodig. Als Maarten per se live een ­voetbalmatch wil zien, maar ik ben echt moe, zegt hij altijd: ‘Seg, gij met uw samen gaan slapen.’ (lacht) Dan blijf ik ofwel in de zetel zitten, ofwel sleur ik hem toch mee. Ik wil niet apart naar bed. Het is ons momentje. Overdag zijn zulke momenten moeilijker door onze job. Daarom knuffelen we veel, als we elkaar wel zien. Ik ben een echte knuffelaar, en Georges trouwens ook. Elke ochtend doen we een groepsknuffel met ons drietjes. Georges pakt soms uit zichzelf onze benen vast, omdat hij wil knuffelen.” 

“Oh, dat knuffelhormoon, dat bestaat echt. Ik haal er zoveel energie uit. Vanmorgen ook: vlak voor Maarten vertrok en ik Georges naar de crèche deed, hebben we samen gedanst. Georges hoort graag muziek uit de seventies en eighties, en dan zingen we en dansen we in een kring. Mensen zouden ons moeten bezig zien. Ze zouden denken dat we een sekte zijn.(lacht)Ik ben echt blij dat mijn gezin zo is. Georges heeft zoveel gevoel voor ritme. Onlangs kreeg ik een filmpje van de crèche waarin hij aan het dansen was. Ik stuur dat dan naar al mijn vriendinnen door. Vroeger zei ik: ik ga nooit zo’n moeder worden die haar kind aan iedereen toont. Maar ja, het is sterker dan mezelf.(lacht)