Gelein houdt een depressiedagboek bij. "Nu gaat het goed. Straks misschien niet. Maar hell no dat ik een foto van mijn uitgebluste kop online zet"

doorRedactieop 23/09/2021

“Als je m’n Instagram moet geloven, heb ik nu de tijd van m’n leven. Vrolijke foto’s op het strand, lachend op een surfplank en uitbundig op de fiets. Ze moesten eens weten.” Sinds onze collega Gelein (34) het etiket ‘depressief’ opgeplakt kreeg, houdt ze een dagboek bij. Deze week vertelt ze hoe werken maar niet lukt, over haar overeenkomsten met Simone Biles en waarom haar to-dolijstjes niet alleen nutteloos, maar ook nog eens giftig zijn. “Ik doe van alles om tussen de dutjes door de verveling tegen te gaan.” 

In haar depressiedagboek schrijft redactrice Gelein over haar emoties en diepe dalen, maar ook over de fijne momenten die ze nu meemaakt. Een kwetsbaar relaas over kapotte hersenen, plakkerige grond, to-dolijstjes en depressiemopjes. 

Als Gelein voelt dat ze niet meer helder kan nadenken, ze aan de grond lijkt vast te plakken, niet meer dan vijf taken per dag kan doen en zich vrijwel continu ‘mèh’ voelt, besluit ze om naar de huisarts te stappen. Depressief, klinkt het. Een bikkelharde diagnose, maar wel de eerste stap richting herstel. 

Haar aandoening komt ook met dilemma’s. Gelein is freelancer. Blijft ze werken, of vraagt ze een uitkering aan? En wat antwoord je op de vraag ‘Hoe is het?’ Doe je gewoon alsof je een lange vakantie hebt, of vertel je eerlijk dat het niet goed met je gaat?

Eén ding is dan weer helder: haar huidige depressie en de postnatale depressie waar ze eerder al mee worstelde, kan je absoluut niet met elkaar vergelijken. “Nu? Pure freeze. Vasthouden aan het omhulsel dat ik ben – boven het gapende gat onder mij. Eén verkeerde ­beweging en ik val erin.” De psychologe die Gelein hielp na haar bevalling haakt bovendien af. Afgeschrikt door depressiemopjes, denkt Gelein. “Kan ik zelf wel om lachen. Dat dan weer wel.” 

Dag 12: Eat, sleep, depress, repeat

Oke, en nu? M’n werk is gestopt, ik heb niets te doen. Ik plak nog wat verder aan de grond. De afspraak met Andere Psycholoog, mij doorverwezen via de huisarts, is pas eind deze maand. Zelfs zij hebben nood aan vakantie, zo blijkt. Ik hik nog tegen de beslissing aan om nog een maand thuis te blijven. Werken gaat niet lukken. Maar hier thuiszitten, dat vind ik ook vreselijk.

Elke dag eat, sleap, depress, repeat. Ik sta op en doe weer een dutje. Ik koop twaalf eieren om koekjes mee te maken en laat vervolgens twaalf eieren onaangeraakt in de koelkast staan. Intussen erger ik me aan het kookboekje waar die stomme koekjes op staan. Zouden de koekjes misschien spontaan ontpoppen als ik die eieren lang genoeg aanstaar? Ik probeer het - ik heb toch niets beters te doen.

Ik zou in beweging willen komen, maar ik doe niks. Ik wil fysiek en mentaal verder, maar ben nog steeds bang dat ik bij een verkeerde beweging de dieperik in stort. Dus wat doe ik? Weinig. Op aanraden van m’n man maken we een lange fietstocht. Leuk, en dan zit ik daarna weer thuis. Wat nu? Ik knipper drie keer met m’n ogen en er is weer een groundhog day voorbij.

Hij maakt mooie foto’s van me tijdens het fietsen. Als je m’n Instagram moet geloven, heb ik nu de tijd van m’n leven. Vrolijke foto’s op het strand, lachend op een surfplank en uitbundig op de fiets. Ze moesten eens weten. Het enige dat mijn depressieve staat verraadt, is die zeven kilo mentale bagage die aan m’n buik is blijven plakken. 

Dat mijn vrienden - en oh ja, mijn collega’s - me blij zien doen op Instagram negeer ik. Hoe kan ik uitleggen dat ik me vrolijk kan voelen tijdens de depressie? Nu gaat het goed. Straks misschien niet. Maar hell no dat ik een foto van mijn uitgebluste kop online zet.

Ik doe van alles om tussen de dutjes door de verveling tegen te gaan. Vrijwilligerswerk in ons lokale vaccinatiecentrum is er daar eentje van. Ik zit aan het loketje en probeer mijn stukke hersenen in gang te trekken. Hoi, identiteitskaart graag. Bliep, afspraak bevestigd. Bliep, u mag doorlopen. Ik vind het moeilijk, maar wel fijn om even minimaal na te denken. “Jij hebt wel een hele opgewekte persoonlijkheid”, zegt de lieve vrijwilligster naast me. Echt hé.

Dag 15: Eat, sleep, zap, repeat

De Olympische Spelen zijn bezig terwijl ik dit schrijf. Gelukkig voor mij. De hele dag sport kijken wordt toch wat hoger ingeschat dan de hele dag naar ‘Milion Dollar Listing’ staren. Eat, sleep, zap, repeat. 

Ik ben plots enorm geïnteresseerd in kajakken, handboogschieten en skateboarden. Ik verbaas me over die hele zoo die mee moet. Panthers, Lions, Cats, Cheetahs ... Is iedereen oké? 

Maar ik ben ook geraakt. Al bij het aansteken van de vlammen is er ophef over Naomi Osaka die niet mee wilde doen aan de verplichte interviews voor haar tennistornooi. Want: niet goed voor haar mentaal welzijn. Go Naomi, kan ik alleen maar denken. Geef je grenzen aan, vrouwke.

Nafi Thiam zegt na het winnen al trillend en huilend in de camera dat ze mentaal op is. Leeg. Ik denk er veel aan, heb zo met haar te doen. Ik weet, toch half, hoe ze zich voelt. Ik ben ook mentaal op. Leeg. Ik heb dan wel geen gouden medaille gewonnen in de zevenkamp, maar ik heb vandaag sinds een week geen dutje gedaan na het opstaan. Ik heb ook bergen verzet, vind ik.

Ik hou van de aandacht voor mentaal welzijn nu, en negeer de Facebook-reacties die zeggen dat ze niet zo moeten zeuren. Ik trek me op aan het feit dat misschien heel veel mensen écht hebben afgezien van het isolement tijdens de lockdowns, niet alleen ik. Hoe kom je eraan Nafi? Hoe kom je er weer vanaf?

Ik herkende mijn depressie niet omdat ik me al zo lang medium voel. Niet echt heel slecht, maar zeker ook niet goed. Leeg. Ergens in dit bizarre lockdownjaar ben ik van binnen compleet afgesloten. De laatste keer dat ik van verdriet huilde, was toen bleek dat we de kerstdagen niet bij mijn familie konden vieren. Sindsdien is het continu … ‘mèh’.

Nu schijnt af en toe de zon weer wat naar binnen. Ik kan lachen om grapjes van mijn man (en dat is heel wat). Ik kan genieten van de zon op mijn gezicht, heb soms zelfs weer zin om mijn vrienden weer te zien.

Totdat het over mijn werk gaat. Weer die Olympische Spelen: ik voel me alsof ik een professionele twistie heb. Simone Biles gaf forfait op een paar van haar turnonderdelen door die twisties: een soort desoriëntatie midden in de actie. Ze verstijft fysiek en mentaal, heeft geen idee meer van boven of onder. De sportcommentator die daarop zegt dat hij ook wel eens geen zin heeft om verder te doen, is als mijn stem in de nacht: is ze wel echt depressief of gewoon lui? Ik negeer hem ook.

Want exact dat is het als het over mijn werk gaat. Ik betrap mezelf erop dat ik fluitend de vaatwasser leegruim (taak zes op de lijst!), en dan begint het: “wow, ik voel me best goed nu. Ik zal misschien weer kunnen werke-” Twistie.

En weg ben ik.

Dag 18: Eat, sleep, lijstjes maken, repeat 

“Herinner me eraan dat ik het voor je klaarleg, oké?” Mijn lieve vriendin heeft een boek dat haar heeft geholpen bij haar eigen mentale struggles. Ze wil het aan mij laten lezen als we elkaar weer zien over een maand. Ze is één van de weinige vriendinnen aan wie ik vertel dat het niet goed gaat. Ik weet dat zij ongeveer hetzelfde heeft meegemaakt. Maar dat helpen herinneren, dat gaat niet.

“Ik kan je nergens aan herinneren want ik vergeet alles”, zeg ik haar, “Tenzij het op één van mijn lijstjes belandt, en dan ga ik er de komende weken elke dag aan denken. Dat wil ik ook niet.” 

Heerlijk, zo’n vriendin bij wie ik mijn meest gestoorde zelf kan zijn. Niet heerlijk dat ik dus wél angstvallig probeer te onthouden dat ik haar moet herinneren aan een of ander boek dat ik vervolgens toch niet lees. Ik zet het natuurlijk wel op een lijstje, ik puil uit van de lijstjes.

Al zo lang ik me kan herinneren, maak ik lijstjes. We gingen vroeger op vakantie naar een oudtante in Frankrijk. Haar huisje lag in een dal waar je aan de overkant een treinspoor kon zien, met aan weerszijden een tunnel. Telkens als er een trein in of uit de tunnel ging, werd er getoeterd. Hoe vaak of hoe lang, dat kwam op een lijst.

Ik kon hele dagen doorbrengen met opschrijven hoe laat een bepaald type trein kwam, welke richting hij opging, en hoeveel wagons de trein had. Later in de vakantie keek ik op mijn lijstje of de treinen nog wel op tijd reden. Heerlijk nutteloos. Wist je dat in Frankrijk op de middag geen treinen rijden? Toch niet in dat ene dal in Bergerac.

Nu zijn de lijstjes nog net zo nutteloos, maar veel giftiger. Ik maak lijstjes van lijstjes van lijstjes. Ooit zei een collega dat je per dag ongeveer zeven taken van je to-dolijst kan afwerken. Bij mij is het vijf (toch lui dan). Maar hoe slechter het met me gaat, hoe specifieker mijn lijstjes worden. Zodra ‘tandenpoetsen’ erop staat, weet ik: het is te laat. Want dat wordt dan één van die vijf taken die dag. En blijft er nog weinig over.

Mijn Weggejaagde Psychologe was wel slim: ze liet me tijdens m’n postnataal gedoe een lijstje maken van de dingen waar ik blij van werd. Dat lijstje moest ik dan op de koelkast ophangen. Als fysieke houvast. Ook voor mijn man, als hij zag dat ik vastzat in m’n verdriet. Dan zei hij: “ga even (…checkt lijst…) ergens in een koffiebarretje een boek lezen.”

Er stonden simpele dingen op. Heel haalbaar. Naar een vriendin in Nederland gaan. Een goeie koffie gaan drinken. En nog een paar dingen die ik me – verrassing – niet kan herinneren. Bijna al die simpele dingen zijn compleet weggevaagd door corona. Het enige dat nog overbleef op de lijst: een lange warme douche nemen. Ik ben depressief, maar wel fris.

Hier lees je het eerste deel van het depressiedagboek van Gelein.