Gezond en gelukkig leven begint hier en nu

Abonneer

“Kop op!” Waarom je maar beter niet aan ‘toxic positivity’ doet: “Je leert je intuïtie te wantrouwen”

doorFleur De Backerop 05/03/2022

We leven in een positiviteitscultuur. Motiverende quotes en opgewekte lifecoaches zijn overal, want we doen maar beter ons best om zo gelukkig mogelijk te zijn. Een gevaarlijke trend, zeggen psychotherapeut Whitney Goodman en psycholoog dr. Elke Smeets. Ze leggen uit waarom al die ‘positieve vibes’ ons net ongelukkiger maken, en hoe we gezonder met onze emoties – én die van onze naasten – kunnen omgaan. “Zelfcompassie is een veel heilzamer alternatief. Let op: dat is niet hetzelfde als zelfmedelijden.” 

Idealiter gaan we ... nee, huppelen we fluitend door het leven. Een pijnlijke relatiebreuk? Vervelend, maar je kan er waardevolle lessen uit trekken. De zwangerschap die maar ­uitblijft? Blijf erin geloven, dan gaat je ­kinderwens op een dag in vervulling. Sneuvelt je job door besparingen? Een uitgelezen kans om eindelijk werk te maken van wat je altijd al wilde doen.

Borst vooruit en knop omdraaien. Doorgaan is het devies: hindernissen zijn kansen, triggers zijn lessen, verdriet is liefde die nergens heen kan, zwaktes zijn opkomende sterktes. De positiviteitscultuur, met de wet van de aantrekkingskracht als stokpaardje, is vanuit de VS naar onze contreien overgewaaid. De boodschap is duidelijk: we zijn maar één positieve ­gedachte verwijderd van eeuwig geluk.

Psychotherapeut Whitney Goodman wil daar voorgoed komaf mee maken. We verdienen meer dan alleen goede vibes, zegt de Amerikaanse. “Positief denken wordt verpakt én verkocht als de remedie voor al onze problemen. Van ‘life is good’-sweaters tot motiverende quotes op Instagram en goeroes die ons op het hart drukken dat we dingen altijd van de zonnige kant moeten bekijken. Geluk en positiviteit zijn niet alleen het doel, maar ook een verplichting geworden.”

Pleister op schotwond

Voor alle duidelijkheid: Whitney ­Goodman houdt geen pleidooi voor ­pessimisme. Positiviteit is iets goeds. Met emoties als dankbaarheid, tevredenheid en zelfvertrouwen geef je je levenskwaliteit een boost. “Optimisten hebben meer kans op een rijk sociaal leven, zijn actiever en lopen minder risico op gezondheidsproblemen. Het is goed om positief te zijn ... als de emotie oprecht is. Maar vaak leggen we onszelf optimisme op. Negativiteit wordt dan de vijand. Terwijl we naast hoop ook de realiteit in rekening moeten nemen.”

“Het is helend om het gouden randje te zien in dingen, maar de slinger mag niet doorslaan”, bevestigtdr. Elke Smeets, docent positieve psychologie. “Dan krijg je te maken met geforceerd positivisme, een onhandig copingmechanisme. Het zorgt ervoor dat je alles weglacht. Dat je te licht over de zaken heen gaat, terwijl het leven ook tegenslagen in petto heeft. Als je die altijd lacherig omzeilt, lijk je wel de ‘grote optimist’, maar dat is niet oprecht en het staat het tonen van kwetsbaarheid in de weg.”

Op die manier werkt optimisme als een pleister op een schotwond. Goodman: “We onderdrukken tijdelijk en oppervlakkig onze gevoelens. Bovendien versterk je zo het idee dat negatieve emoties slecht of gevaarlijk zijn. Je vermogen om de pijn het hoofd te bieden neemt af, en je emoties verdoezelen kost je tonnen energie.” 

Op de lange termijn wreekt zich dat. De lijst met mentale en fysieke gevolgen is lang: een slecht humeur, chronische stress, maar ook meer angsten, depressie, spierpijn, spijsverteringsproblemen, slaapstoornissen, vergeetachtigheid, een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.

Jong geleerd, oud geforceerd

Het is ook de wens van iedere ouder: dat je kroost gelukkig is. “Heb je een ­vrolijk kind? Dat wil zeggen dat je als ouder je werk goed gedaan hebt”, zegt Whitney Goodman. Maar ook die aanname heeft grote gevolgen: vanaf het moment dat we het levenslicht zien, wordt ons de druk opgelegd om positief en gelukkig te zijn. “Omdat de emotionele gezondheid van jonge kinderen rechtstreeks verband houdt met de emotionele en sociale kenmerken van de omgeving waarin ze worden grootgebracht, hebben verzorgers een enorme invloed. In veel gezinnen waar bepaalde emoties worden ontmoedigd of te schande worden gemaakt, wordt positiviteit de standaard en de emotionele reactie die wordt aangemoedigd.”

“Zeg je als ouder dat alles goed gaat terwijl het niet zo is of categoriseer je bepaalde emoties als goed of slecht, dan pikken je kinderen dat op. Al op jonge leeftijd leer je zo dat je je eigen intuïtie moet wantrouwen”, zegt ook Elke Smeets. “Je leert niet ontvankelijk te zijn voor hoe je je werkelijk voelt of waarom dat ertoe doet. Net daarom is het belangrijk om als ouders zo authentiek mogelijk te zijn. Waarom moeten traantjes altijd snel gedroogd worden? Ruimte voor kwetsbaarheid is niet de makkelijkste weg, maar wel de gezondste.”

Gaslighting

In de kern is giftige positiviteit een vorm van gaslighting, een emotionele manipulatietechniek die vaak wordt toegeschreven aan narcisten. “Door elke ervaring met positiviteit in te kleuren, zorg je ervoor dat anderen hun overtuigingen en perceptie van de werkelijkheid in twijfel trekken”, zegt dr. Smeets. “Je geeft hun emoties met andere woorden geen bestaansrecht. Dat is uiteraard niet altijd met voorbedachten rade. Integendeel, ik ben ervan overtuigd dat het in de meeste gevallen goedbedoeld is. We grijpen eerder naar geforceerd optimisme uit ongemak.”,

Met opzet of niet, het drukt wel zijn stempel op onze relaties én onze samenleving. ­Whitney Goodman: “Als we onszelf en anderen opleggen dat bepaalde emoties er niet mogen zijn, missen we de hechte band die voortvloeit uit ­gedeelde kwetsbaarheid. Positiviteit wordt ook gebruikt als wapen om dingen te minimaliseren. Prediken we ‘Kunnen we elkaar niet allemaal gewoon graag zien?’ als antwoord op discriminatie, dan marginaliseren we de ervaringen waar veel mensen dag in, dag uit mee geconfronteerd worden. In zo’n situatie zorgt toxic positivity ervoor dat alle verantwoordelijkheid op de schouders van het individu rust, in plaats van op het systeem.”

Rode vlaggen

Wil je iemand op een authentieke ­manier steunen, dan kan je volgens Whitney Goodman het best rekening houden met drie factoren: je timing, je gesprekspartner en het onderwerp. “We schakelen vaak snel over naar positiviteit omdat we oprecht willen dat de ander zich beter voelt. We hopen dat hun pijn zal weggaan als we het juiste zeggen. We hopen stiekem ook dat we dan niet langer over het moeilijke onderwerp hoeven te praten. Maar te snel gaan leidt tot teleurstelling op alle vlakken: de ander voelt zich ­beschaamd en de mond gesnoerd, jij voelt je gefaald en niet verbonden.”

Voor je iemand stimuleert om het van de positieve kant te bekijken, raadt Goodman aan om in je achterhoofd te houden dat tijd niét alle wonden heelt, dat het oké is dat alle gevoelens er zijn en dat niet aan alle gebeurtenissen een positieve draai gegeven kan worden. En dat ook jouw gevoelens legitiem zijn: het is moeilijk om iemand pijn te zien hebben. “Het is belangrijk dat je je gesprekspartner goed kent, en weet hoe die geholpen wil worden. Als je twijfelt, vraag dan simpelweg wat voor steun de ander verkiest.”

Vanuit haar onderzoek en ervaring als familie- en gezinstherapeut weet ze dat bepaalde onderwerpen rode vlaggen zijn: onvruchtbaarheid of een miskraam, verdriet of verlies, een ziekte of beperking, relatiebreuken, gezinsproblemen, jobverlies, trauma’s, zwangerschap en ouderschap, haatmisdrijven en psychische problemen. “Het zijn topics die ons raken tot in onze kern. Emotionele verwerking is dan cruciaal en dat moeten we dus aanmoedigen. Word je in de verleiding gebracht om een positieve platitude te gebruiken, naar een ander toe of om je eigen gevoelens weg te duwen, druk dan de pauzeknop in en probeer de diepere emoties ruimte te geven.”

Gevoelen(s)

Voor het op een gezonde manier omgaan met je gevoelens, schuiven beide experts dezelfde oplossing naar voren: je emoties labelen. “Name it to tame it, het klopt als een bus”, zegt Elke Smeets. “Neurowetenschapper Matthew Lieberman heeft daar onderzoek naar verricht: twee groepen mensen kregen een ontroerend filmfragment te zien. Op hersenscans zagen de wetenschappers dat de groep die tijdens het bekijken van de film hun emoties benoemde op die manier het emotionele centrum in hun brein kalmeerde.”

Precies daarom vindt dr. Smeets zelfcompassie een heilzaam alternatief voor toxische positiviteit. Samen met prof. Kristin Neff, wereldwijd een zelfcompassie-autoriteit, deed ze er onderzoek naar en verzorgt ze retraites om mensen te helpen groeien in zelfcompassie. 

“Zelfcompassie houdt in dat je op een betrokken en ondersteunende manier met jezelf omgaat in tijden van stress en tegenslag. In plaats van jezelf te veroordelen bij moeilijkheden leer je met meer mildheid naar jezelf te kijken. Het bestaat uit drie componenten: opmerken wat moeilijk voor je is (mindfulness), zien dat je niet alleen staat in wat je ervaart (menselijkheid) en actief zorg dragen voor wat je nodig hebt (vriendelijkheid voor jezelf). Die principes kan je trouwens ook perfect op anderen toepassen: moedig hen aan om zelfcompassie te omarmen. We moeten elkaar én onszelf beter leren steunen en troosten.”

Vriendelijk voor jezelf

Bewust vriendelijk zijn voor jezelf kan in het begin wat ongemakkelijk aanvoelen, beseft de psychologe. “We zijn het gewoon om onze voelsprieten naar buiten te richten: hoe kunnen we een ander helpen? Maar het is minstens even belangrijk om jezelf onvoorwaardelijk te steunen. Wat de oorzaak van je pijn ook is, behandel jezelf op een warme en begripvolle manier. Maak ruimte voor vragen zoals: ‘Wat heb ik nu nodig?’ of ‘Wat zou ik op dit moment voor mezelf kunnen doen?’. En belangrijk: draag actief zorg voor je grenzen en je behoeften.”

Zelfcompassie lijkt in de verste verte niet op zelfmedelijden, benadrukt dr. Smeets. “Wie zelfmedelijden heeft, plaatst zich in een slachtofferrol. Terwijl zelfcompassie net draait om veerkrachtiger worden: door op die manier naar jezelf en naar je emoties te kijken, kan je je situatie beter in perspectief plaatsen en wijzer handelen.”

Een snelle les in toxic positivity

1. Zeg niet ...

• Je raakt er wel overheen.
• Wees gewoon positief.
• Good vibes!
• Stop met zo negatief te zijn.
• Denk aan leuke dingen.
• Geef nooit op!
• Het had nog erger kunnen zijn.
• Alles gebeurt met een reden.
• Wees dankbaar dat het niet erger is.

En zeg wel ...

• Dit is hard. We raken er samen doorheen.
• Wil je erover praten?
• Het is normaal dat je in deze situatie negatieve emoties hebt.
• Het is waarschijnlijk erg moeilijk om nu positief te zijn.
• Wil je samen iets doen vandaag?
• Ik ben er voor je.
• Dit is niet gemakkelijk, je hoeft dus ook niet te doen alsof.

2. Hoe kan positiviteit giftig worden?
Volgens Whitney Goodman wordt positiviteit toxisch als het wordt gebruikt:

• in gesprekken waarin iemand uit is op steun, begrip, validering of compassie, en in plaats daarvan een positieve platitude voorgeschoteld wordt.
• om mensen zich te laten schamen, als ze het gevoel krijgen niet genoeg te doen, niet hard genoeg te werken of dat hun lastige emoties niet te rechtvaardigen zijn.
• om ervoor te zorgen dat we ons schamen omdat we niet blij of positief genoeg zijn.
• om iemand met legitieme zorgen of vragen het gevoel te geven dat zijn emoties niet gerechtvaardigd zijn of tot zwijgen te brengen.
• om mensen te vertellen dat alles wat verkeerd gaat in hun leven hun eigen schuld is.

3. Discriminatie met een glimlach
“In de westerse cultuur zijn giftige positiviteit en het streven naar geluk eeuwenlang een drijvende kracht geweest”, zegt Whitney Goodman. “Ze spelen nog steeds een grote rol. Zo houdt het systemen overeind die veel mensen belemmeren.”

Enkele concrete voorbeelden:
• “In plaats van ruimte te scheppen voor verschillende soorten lichamen en een einde te maken aan de dieetcultuur, zeggen we dat we bodypositivity en bodylove stimuleren. En dat terwijl we de miljardenindustrie die deze idealen in stand houdt niet veranderen.”

• “In plaats van de gezondheidszorg toegankelijker te maken, worden we aangemoedigd om de ziekte met onze manier van denken te ­genezen.”

• “In plaats van meer gendergelijkheid te creëren, zijn we nog steeds ­gericht op het ideaal van de ‘gelukkige huisvrouw’ en de vrouw ‘die alles heeft’, terwijl we de ‘boze feminist’ als puur slecht afschilderen.”