Mag er nog gelachen worden? “Humor wordt vooral uitgeoefend door de witte mannelijke middenklasse”

doorRedactieop 02/05/2022

“Tegenwoordig mag je met niks meer lachen.” Het is een opmerking die je weleens hoort uit de mond van een zuurpruim. Anderzijds ligt humor vaak gevoelig. Dat werd enkele weken pijnlijk duidelijk toen acteur Will Smith een klap uitdeelde aan Chris Rock tijdens de Oscars. Werkt lachen met beladen onderwerpen verlichtend of is het — pun intended — een slap in the face? Omdat 1 mei de Dag van de Lach is, probeert onderzoekster Anke Lion een antwoord te formuleren. 

Giechel, grinnik, bulder en grijns, want vandaag, op zondag 1 mei, vieren we ‘de lach’ en onderstrepen we het belang van humor als middel om te verbinden. Zo blijkt uit onderzoek dat er opmerkelijk vaak gelachen wordt op een koffietafel van een begrafenis. En kijk naar hoe komiek Philippe Geubels in het bekroonde tv-programma ‘Taboe’ via diepgaande gesprekken en gevatte punchlines lotgenoten allerhande samenbrengt én voor verlichting zorgt. Thumbs up voor humor dus.

Ware het niet dat humor ook kan polariseren en bovendien ontzettend subjectief is. Wat jij hilarisch vindt, vindt een ander misschien flauw, onbegrijpelijk of ongepast. Humor valt niet in een definitie te gieten en de grenzen zijn uitermate vaag. Mag je in tijden van corona, oorlog en wokevraagstukken nog wel mopjes maken over pakweg antivaxers, Poetin en het hebben van een maatje meer? Comedian Alex Agnew hekelt al een tijdje de toenemende gevoeligheid omtrent humor en de cancelcultuur van de wokebeweging. Aan De Standaard vertelde hij: “Niemand staat boven de grap: geen enkele mens is zo belangrijk dat er over hem geen grappen gemaakt mogen worden.”

Mogen ‘we’ nog lachen?

Mag er nog wel gelachen worden? Daar draait het dus om. En die vraag stelden we aan doctoraatsstudent Anke Lion (26), die zich aan de UGent buigt over hoe controversies rond humor in de Vlaamse media aan bod komen. Anke Lion: “Mogen we nog wel lachen?’ is een uitspraak die we tegenwoordig vaak horen. Het is belangrijk om in eerste instantie uit te maken wie de ‘we’ in deze zin zijn. Die ‘we’ slaat doorgaans niet op mensen die behoren tot de kwetsbare groepen in onze samenleving, mensen die vaak het mikpunt zijn van spot.” 

“Onderzoek wijst uit dat humor nog steeds voor het overgrote deel uitgeoefend wordt door de witte mannelijke middenklasse, die bovenaan de sociale hiërarchie staat. En ook al zien we gelukkig wat verandering, voor die klasse is het nog steeds sociaal veilig om naar beneden te trappen, naar sociaal kwetsbare targets.”

Het bestaansrecht van een mop

“Mag dat nu? Juridisch gezien misschien wel, maar de vraag is of het daarom altijd sociaal wenselijk is. Grappen maken is balanceren op een slap koord. Veel hangt af van de context, de intentie en de aanwezigheid van empathie. En van wie de mop vertelt. Een vrouw met alopecia die lacht met haar eigen ziekte, is een ander verhaal dan wanneer een bekende comedian diezelfde joke maakt.Niettegenstaande is elke vorm van geweld uit den boze, het leidt zelfs af van waar het debat eigenlijk om zou moeten gaan: heeft zo’n mop bestaansrecht?” 

Anke Lion verwijst daarmee naar het voorval tijdens de Oscars, waarbij Will Smith een slag in het gezicht gaf van comedian Chris Rock, nadat deze een mop maakte ten koste van zijn vrouw en de alopecia waaraan zij lijdt.

“Wanneer humor mensen kwetst, heeft humor dan nog een meerwaarde? We mogen de gekwetste emoties van minderheidsgroepen niet zonder meer afdoen als een gebrek aan humor. Vroeger werden er – nog meer dan vandaag – oneindig veel vrouwonvriendelijke moppen getapt, waarvan vandaag onze tenen zouden krullen. Feministen werden beschouwd als zure, humorloze vrouwen, terwijl zij een belangrijke problematiek aan de kaak stelden.” 

“Datzelfde cliché zien we ook opduiken bij andere minderheidsgroepen. Bovendien wijst onderzoek uit dat het continue gebruik van stereotiepe humor in de media discriminatie in het echte leven in de hand kan werken. Daar moeten we als samenleving echt voor opletten, zonder daarom in een kramp te schieten. Bedrijven zoals de VRT gaan soms – met de beste bedoelingen – overcompenseren, door bijvoorbeeld oude afleveringen van F.C. De Kampioenen te censureren, wat alleen maar koren op de molen is van mensen die denken dat er met niets nog gelachen mag worden. En dat terwijl minderheidsgroepen doorgaans niet verwachten dat het verleden hertekend wordt, maar wel dat de toekomst verandert.”

Een weerspiegeling van de tijd

“Dankzij de opkomst van sociale media is onze samenleving opengetrokken. We vertoeven niet meer alleen in onze eigen bubbel, we komen in contact met verschillende mensen en dus ook met meerdere perspectieven. Zodoende is er vandaag meer weerwerk vanuit verschillende groeperingen. Ik vind dat interessant. Door met elkaar in debat te gaan, beginnen we elkaar beter te begrijpen en kunnen we blinde vlekken blootleggen.” 

“Vrijheid van meningsuiting is iets erg moois, maar we vergeten weleens dat dit voor elke kant opgaat: iedereen heeft het recht om zijn mening te verkondigen. We moeten als maatschappij samen beslissen waar de grenzen van humor liggen, en die maatschappij is – net zoals humor zelf – een levend organisme. Ze verandert voortdurend.”

“Wanneer er verontwaardiging is over sommige mensen die zich als moslim identificeren en niet kunnen lachen met cartoons over hun profeet, dan moeten we maar eens terugdenken aan hoe er in 1979 in onze contreien een katholieke rel losbrak toen Urbanus voor het eerst Een bakske vol met stro zong. Met een atheïstische bril op is het moeilijk om je te vereenzelvigen met gemeenschappen waar religie nog wel een belangrijke rol speelt.’”

Vrouwen vs. mannen 

“Taboes verschuiven, en wat we grappig vinden verschuift mee. We evolueren evengoed naar een meer genderfluïde samenleving en ook dat verandert de manier waarop we humor beleven. Historisch gezien zijn vrouwen gesocialiseerd – door een door mannen gedomineerde maatschappij – om zich gedwee op te stellen, om minder grove uitlatingen te maken en worden ze – dat blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek op de werkvloer – ook zwaarder afgestraft wanneer ze dat wel doen.” 

“Veel vrouwen hebben door die klassieke rolverdeling ook de neiging om zich verontschuldigend op te stellen wanneer ze zich uitspreken, de ruimte opeisen of het podium opklimmen. Die klassieke heteroseksuele man-vrouwverhoudingen en de daarbij horende stereotypen, zullen volgens mij steeds minder vaak voorkomen. Humor speelt een relevante rol in de evolutie van onze samenleving en het is een erg belangrijk tijdsdocument. Humor is echt een weerspiegeling van de tijdsgeest.”