Waar komt Kerstmis vandaan? “De geboortedag van Jezus Christus was eigenlijk de Romeinse feestdag van de zon”

doorRoxanne Wellensop 22/12/2021

Vandaag is het midwinter: de langste nacht van het jaar. Een gebeurtenis die al eeuwenlang wordt gevierd door verschillende culturen. Dat kerst maar een paar dagen later valt, is dan ook geen toeval. Wat hebben de twee met elkaar te maken? En waar komen Kerstmis, kerstbomen en -ballen precies vandaan? Auteur Luk Machiels geeft een lesje geschiedenis. “De versieringen in onze kerstboom hebben zowel een christelijke als heidense oorsprong.”

Laten we beginnen bij het begin: wat betekent het woord ‘Kerstmis’ eigenlijk? Blijkbaar is het afkomstig van de Latijnse samenstelling Christus-mis. De component ‘Christus’ is duidelijk, het woord ‘mis’, van het Latijnse ‘missa’, betekent ‘wegzending’. Volgens Luk Machiels is dat omdat men na een christelijke misviering terug in de wereld komt om daar te leven volgens de leer van Jezus ­Christus. 

Kerst zou de dag markeren waarop Jezus geboren werd. “Maar de ­geschiedenis leert ons dat niemand de exacte geboortedag van ­Christus kent”, weet Machiels. “Zelfs de evangelisten (schrijvers van de Bijbel, red.) vermelden die niet, en een aanwijzing naar het seizoen waarin zijn geboortedag viel, vinden we ook niet terug.” Waar komt Kerstmis dan vandaan? 

Het feest van de onoverwinnelijke zon

Luk Machiels: “De eerste christenen waren vaak vervolgde marginalen die pas in de jaren 250 vaste voet aan de grond kregen binnen het ­Romeinse Rijk. Dat veranderde radicaal toen het christendom uitgroeide tot de belangrijkste volkse godsdienst, omdat het indertijd evenveel waarde toekende aan slaven en vrouwen als aan vrije burgers en mannen. De toenmalige Romeinse keizer Constantinus de Grote zag meteen een kans. Hij hoopte dat die plots succesvolle nieuwe religie zijn rijk overeind kon houden. In het jaar 325 verhief hij het christendom daarom tot staatsgodsdienst. Hij droeg zijn religieuze macht over aan de leider van de christelijke kerk, met het ontstaan van het pausdom en het instituut van de ­Rooms-Katholieke Kerk tot gevolg.”

Meteen werd ook het oude Romeinse godendom opgegeven. Hoewel, de traditionele sacrale feesten die de Romeinen gedurende het jaar vierden, bleven bestaan. Ze werden alleen, voorzichtig, voorzien van christelijke thema’s. “Zo stelde de roomse kerk de geboortedag van Jezus Christus, brenger van het nieuwe licht, vast op de dag waarop de Romeinen altijd de wedergeboorte van hun oppergod, de zon, hadden gevierd. Een dag die ‘Dies Natalis Solis Invicti’ genoemd werd: de geboortedag van de onoverwinnelijke zon.’ Dat was op 25 december. De periode rond de winterzonnewende, wanneer de zon aan een nieuwe jaarkring begint.”

Twaalf heilige nachten

Later probeerden roomse zendelingen (mensen die hun religie verkondigen aan aanhangers van een ander geloof, red.) die christelijke aanpassing van het ‘zonnefeest’ in overeenstemming te brengen met de tradities van onze Keltisch-Germaanse voorouders. “Ook bij hen speelde de winterzonnewende, die strikt gesproken op 21 december valt, een belangrijke religieuze rol”, weet de expert. “De aanvang van een nieuwe zonneloop werd toen gevierd met rituelen rond vuur tijdens twaalf heilige nachten. Onze voorouders, zoals veel andere natuurvolkeren, ­rekenden niet in dagen, maar in nachten, en niet in ­zomers, maar in winters.”

Een duidelijke herinnering aan die vroegere twaalf ­heilige nachten herkennen we tot vandaag in het Duitse woord voor Kerstmis: Weihnachten, wat letterlijk ­vertaald ­‘heilige nachten’ betekent. Die periode van twaalf nachten startte op 21 december en eindigde op 3 ­januari. Op die 3de januari eerde men vroeger de Godinnelijke Drievuldigheid: de beschermsters van de levenskracht van mens, vee en akkers.

Uiteraard kregen ook de twaalf heilige nachten een christelijk jasje. “Zo rekende men niet vanaf 21, maar vanaf kerst op 25 ­december twaalf nachten verder, en ­belandde men op 6 januari”, legt Luk Machiels uit. “Precies daar plantte de kerk de verering in van drie ­Bijbelse mannen: Caspar, Melchior en ­Balthasar, beter gekend als de Drie Koningen.” Wat we vaststellen, is dus duidelijk: Kerstmis en het driekoningenfeest zijn een vervanging van een oeroude cultus rond de winterzonnewende en de drie levengevende godinnen.

Altijdgroene takken

Wie Kerstmis zegt, zegt kerstboom en kerststronk. ­Symbolen die eveneens hun oorsprong kennen in een Germaans verleden, weet de expert. “Tijdens de Weihnachten zetten de Germanen takken van altijdgroene struiken of bomen in huis of op hun erf. Denk aan een spar, een buxus, hulst of een maretak. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus had het daar al over in zijn boek ‘Germania’. In de heidense Scandinavische wereld werd er ook geschreven over die altijdgroene takken, door de skalden: de dichters. De oudste bron die verwijst naar dat gebruik dateert uit de 9de eeuw.”

Het is onduidelijk wanneer de ‘indoor-kerstbomen’ zoals wij die kennen verschenen. Volgens de legende startte de protestantse prediker Maarten Luther ermee, maar dat betwijfelen huidige historici. “Wat we wél zeker weten, is dat er versierde indoor-kerstbomen opdoken in Duitsland vanaf de 15de eeuw”, zegt Machiels. “In een herberg, in een kathedraal en in woningen van de rijken. Hoewel de kerk argwanend stond tegenover die heidense kerstbomen, was er geen houden meer aan. Vanaf het einde van de 18de eeuw ­begonnen kerstbomen ingang te vinden bij de bovenklasse in Vlaanderen en Nederland. Bij de armen bleef de kerstversiering nog een ruime honderd jaar buitenshuis.”

Kerstballen als appels

“De versieringen in de kerstboom dateren uit zowel heidense als verchristelijkte tijden. Zo was de alom bekende ‘piek’ de richtingaanwijzer naar de ster van Bethlehem, daarom wordt de piek vaak ook vervangen door een ster. De glanzende ballen verwijzen naar de zon, appels en noten als symbolen van leven en vruchtbaarheid.”

Dat een kerstetentje afgesloten wordt met het aansnijden van de kerststronk, is een verre herinnering aan de heidense gewoonte om tijdens de winterzonnewende een echte boomstronk in de haard van de ouderlijke woning te leggen en die zo lang mogelijk te laten branden. Luk Machiels: “Hoe langer de stronk brandde, hoe meer geluk er voor het komende jaar verzekerd was. De assen van de stronk werden deels binnenshuis bewaard als bescherming tegen noodweer, en deels uitgestrooid over de familiale akkers.”

Leven na leven

Kerstmis is hét familiefeest bij uitstek, en ook dat heeft een duidelijke reden. “Vroeger werden ook de voorouders geëerd tijdens de viering van de winterzonnewende”, zegt Machiels. “Men geloofde dat mensenzielen in kringlopen, leven na leven, binnen hun familieverbanden aanwezig bleven. Net als de zon, die altijd aanwezig is. Vandaag noemt men dat idee reïncarnatie.” 

Kortgeleden werd zelfs ontdekt dat Stonehenge, de prehistorische stenencirkel in Engeland, waarschijnlijk een monument is om de voorouders te eren. Vandaar het gebruik van steen. Verderop werden sporen van een soortgelijke cirkel ontdekt, die gebouwd was in hout: een vergankelijk materiaal, dat zou kunnen staan voor de levenden. Het is dan ook geen verrassing dat de hoogste steen van Stonehenge in lijn ligt met de plek waar de zon ondergaat op de dag van de winterzonnewende én waar de zon opkomt bij de zomer­zonnewende. Daarmee is de cirkel rond.