Als de mot in de seks zit: we vrijen steeds minder

doorRedactieop 15/07/2019

We hebben almaar minder seks, zo tonen recente studies aan. Veel koppels halen tegenwoordig het oude gemiddelde van één keer per week niet meer. Maar ongelukkiger worden we er blijkbaar niet van. Al blijft seks uitstekend voor het humeur én voor je relatie.

Aan de universiteit van Chicago registreert een groep wetenschappers al jaren het seksuele gedrag van de gemiddelde Amerikaan. Sinds 1972 houden ze cijfers bij over lust, ontmaagding en frequentie. Hun onderzoek levert de laatste tijd merkwaardige resultaten op. Terwijl de groep seksueel actieve mensen in de jaren negentig nog met gemak gemiddeld één keer seks per week had, bleek die wekelijkse seksbeurt rond het jaar 2000 terug te vallen tot 45 procent in 2000 en zelfs tot 36 procent in 2016. Uit een recente studie aan de universiteit van San Diego bleek wel dat mensen zonder partner op dezelfde seksfrequentie als vroeger zitten, terwijl koppels dus net minder seks hebben. Dat we minder van bil gaan is eigenlijk wel contradictorisch. Alle omstandigheden zijn er namelijk om juist véél aan seks te doen: voorhuwelijkse seks is geen taboe meer, er is anticonceptie, we hebben porno om onze motor aan de praat te krijgen, en Viagra voor het geval dat de aandrijfriem sputtert. Terwijl seks een onwaarschijnlijke bron van plezier kan zijn, niet ongezond is, geen kater noch milieuschade veroorzaakt, en helemaal gratis is (in de meeste gevallen dan toch), blijft de goesting in broeierig gestoei steeds vaker achterwege.

Sekscrisis

Zijn mensen tegenwoordig effectief minder geïnteresseerd in seks? En hoe komt dat dan ? Jonge mensen beginnen steeds later aan partnerseks, zo blijkt, terwijl zij als demografische groep net diegenen zijn met de hoogste seksuele potentie. Cijfers van overal ter wereld bevestigen een vreemde tendens: adolescenten blijven steeds langer maagd. In Japan geeft zelfs 40 procent van de mensen tussen 18 en 34 aan nog maagd te zijn. Jongeren leven en denken individualistischer dan vroeger en willen zich niet noodzakelijk binden aan een lief. Singles blijken de enige groep bij wie het seksleven min of meer hetzelfde blijft als vroeger. Ze vrijen minder vaak dan koppels, omdat ze actief op zoek moeten gaan naar een sekspartner, maar door hulpmiddelen als Tinder lijkt seks toch nooit echt veraf.

Koppels hebben dus gewoon meer seks dan singles omdat seks ‘meer beschikbaar’ is voor hen. Toch zit de seksfrequentie vooral bij hen in een alarmerend dalende lijn. Vreemd. Vooral hoger opgeleide koppels komen er steeds minder vaak toe. Gooi er nog een paar kinderen bij en de frequentie keldert meteen. Met kinderen tussen de 6 en 17 wordt het al helemaal bedroevend, zo zeggen de tabellen althans. Een carrière en pubers in huis blijken ‘de Grote Dooddoeners der Lusten’.

Gek genoeg is het de generatie die daarboven zit, de zestigers, die evenveel seks heeft als de zestigers van vroeger. Hun gemiddelde coïtale bezigheid duurt zelfs langer dan twintig jaar geleden, al zitten daar de schattige blauwe pilletjes allicht voor iets tussen. Als de kinderen het huis uit zijn, dansen de flukse zestigers op de keukentafel. Horizontaal, en met een verbluffend uithoudingsvermogen.

Verdomd internet

De alarmerende daling werd zichtbaar bij het begin van het nieuwe millennium. In die periode kwam er een snellere en breder verspreide internetverbinding. Dat betekende een snellere downloadtijd van dossiers en data op het werk, maar evengoed een betere ontvangst van pornofilmpjes na de uren. De laatste paar jaren strooit ook Netflix roet in de hete kookpot der koppels. Al dat bingewatchen is namelijk slecht voor verlokkingen van het echte vlees – tenzij het een serie met schoon volk betreft. Dus toch maar liever ‘Outlander’ dan ‘The Walking Dead’ in bed.

Dat onlineporno nog nooit zo hevig bekeken werd als nu, kan ook een verklaring zijn voor de verminderde seksfrequentie tussen partners. Samen porno kijken is best oké. Kan regelmatig alleen porno kijken je relatie schaden? We vragen het aan seksuoloog Wim Slabbinck. Hij vindt de invloed van porno niet noodzakelijk negatief: “De rol van soloseks in een relatie is veranderd. Masturbatie wordt binnen een relatie meer dan vroeger toegelaten. Koppels zien het als een mogelijkheid om hun seksuele verlangens niet altijd te parkeren bij de partner. Op zich geen slechte evolutie.”

Het onderzoek ‘Seksuele gezondheid in Nederland’ uit 2017 heeft harde cijfers: de meeste mannen en vrouwen masturberen, maar onder de mannen is de groep zelfbevredigers groter (84 procent) dan onder de vrouwen (67 procent). Mannen kijken ook vaker naar porno dan vrouwen: 71 procent, tegenover 29 bij de vrouwen. Porno kijken verving voor de meeste mensen niet de seks met een partner. Mensen die vaker porno keken, hadden blijkbaar zelfs vaker seks met hun partner. Asjemenou.

Echte lijven

Een snelle internetverbinding of kleine kinderen zijn uiteraard niet de enige redenen waarom de seksfrequentie kan afnemen. Een goede gezondheid is een absolute voorwaarde voor regelmatige seks. Vrouwen kunnen na een bevalling of door hormonale veranderingen minder zin hebben. Ook medicatie kan meespelen in een lagere seksfrequentie. Het stijgende aantal burn-outs en depressies heeft waarschijnlijk evenzeer een invloed, maar daarover bestaan nog geen cijfers. Een van de belangrijkste factoren die maken dat mensen minder vrijen, is het negatieve zelfbeeld dat ze alsmaar vaker hebben. “De perfecte beelden die via de media op ons afkomen, maken dat mensen niet in hun seksuele beleving kunnen komen”, aldus seksuoloog Wim Slabbinck. “Ze kunnen wel vrijen, maar maken zich zorgen over hun lichaam tijdens de seks. Wat kan je daaraan doen? Mensen die sporten zijn vaak meer tevreden over hun uiterlijk en hun seksleven. Ik raad mensen ook aan om naar plaatsen te gaan waar je ‘echte lichamen’ ziet, zoals de sauna of het strand. Een instant boost voor je zelfvertrouwen!”

Eén keer, goede keer?

Maar wat is het gevolg van minder vrijen? Minder seks leidt blijkbaar niet tot slechtere relaties. Het aantal scheidingen is ondanks de verminderde seksfrequentie niet gestegen. Koppels leven door de band niet seksloos: de seksueel actieve volwassene heeft binnen een koppel gemiddeld nog altijd die ene keer per week seks. Het Vlaamse ‘Sexpert’-project, een onderzoek van verschillende universiteiten dat tussen 2011 en 2012 liep, kwam uit op 1,2 keer per week. Het onderzoek ‘Seksuele gezondheid in Nederland’ uit 2017 (in opdracht van de Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu) op nog minder: ongeveer 80 procent van de seksueel actieve koppels had drie keer per maand seks. Sommigen nemen genoegen met minder, anderen doen het meer. De frequentie is géén barometer voor de kwaliteit van een relatie.

Vaak hebben koppels nochtans de indruk dat ze niet genoeg aan seks toekomen. Ze nemen hun eigen verleden als maatstaf. De eerste maanden of jaren, toen verliefdheid en passie, lust en drang – een biochemische cocktail met euforie tot gevolg – nog meespeelden, zouden eigenlijk geen norm mogen zijn. Maar wat als mensen beginnen te lijden onder het gebrek aan seks? Wim Slabbinck: “Als je tien jaar samen bent, zal het verlangen bij beide partners sowieso verschillen. Dat is normaal. Een koppel is nu eenmaal geen symbiotisch wezen dat alles samen doet. En niet iedereen is in staat om na tien jaar nog spontaan te verlangen naar de ander. Vanuit die niet altijd ingeloste verwachtingen ontstaan er soms spanningen. Als seksuoloog moet je dan bekijken wat mensen nodig hebben om elkaar te vinden.”

Zaligmakend

Wetenschappers aan De York University in Canada en de Carnegie Mellon University in Pittsburgh deden onderzoek naar de geluksfactor in de seksfrequentie. Ze gingen na of koppels die meer dan één keer per week vrijen ook echt gelukkiger zijn. Beide studies wezen uit dat koppels die regelmatig seks hebben, een hoger geluksgevoel hadden dan degenen die haast nooit aan seks toekwamen. Koppels die het één keer per week of om de twee weken deden, bleken het gelukkigst. Zij die meer dan één keer seks hadden per week, waren daarom niet gelukkiger. Seks leidt tot een gevoel van welbehagen, maar de frequentie speelt dus minder een rol.

Wim Slabbinck: “Meer seks is pas goed als de seks goed is. Het gaat om het ‘beleven’ van de seksualiteit. Goede seks maakt andere issues in een relatie soms minder zwaar. Het is als een zacht kussen tegen problemen die zich in je relatie kunnen nestelen. Als er geen seks is, kunnen kleine problemen zwaarder doorwegen. De daad op zich maakt niet gelukkiger, maar seks met z’n tweeën beleven is een belangrijk proces om wél gelukkig te worden.’

Relatielijm

Hoe komt het dat seks zo’n intens gevoel kan veroorzaken? Slabbinck: “Bij seks komen hormonen vrij. Oxytocine zorgt voor geluk en verbondenheid. Epinefrine doet onze hartslag en bloeddruk stijgen. Endorfines kunnen onze pijn stillen, dopamine triggert ons beloningssysteem, en serotonine draagt bij tot een goed gevoel. En dan is er nog vasopressine, dat ageert als een ‘bindhormoon’.”

Seks kan dus evenveel effect hebben als een drug. Onderzoekster Andrea Meltzer (Florida State University) noemde het de ‘afterglow’, een innerlijke gloed die nog 48 uur blijft nawerken. Ze toonde aan dat koppels in de periodes tussen hun vrijpartijen ‘verbonden’ blijven door het effect dat de hormonale mix bij seks teweegbrengt. Toch is seks niet de enige ‘lijm’. Het is slechts een van de factoren die bijdragen tot een gevoel van verbondenheid. Ook belangrijk zijn de positieve gedachten die partners over elkaar koesteren, of het stillen van huidhonger: elkaar aaien, knuffelen, hand in hand lopen ... Conclusie: vaak seks hebben is dus helemaal niet zo zaligmakend als vaak verondersteld wordt. Maar seks die intens beleefd wordt, zorgt wel voor verbinding en voor een blij gevoel. En elke andere vorm van liefdevol contact draagt alleen maar bij tot dat gevoel. Minder seks betekent dus niet dat je een slechtere relatie zou hebben, of dat je je als koppel minder gelukkig moet voelen. Voor het geval dat het wel wat meer mag zijn: praten helpt, tijd maken ook. Zonder smartphone liefst.

door: Els de Pauw