Zo vrijen we in de toekomst. Antropologe over 5 vernieuwingen: “Weinig mensen zijn gebaat bij een seksrobot”

doorNathalie Topsop 20/08/2022

“De middelen waarmee we op zoek gaan naar de liefde van ons leven zijn razendsnel aan het veranderen.” Liggen we binnenkort allemaal met een sekspop in bed? Of zullen we onze gevoelens boosten met ‘liefdesmedicijnen’? Toekomstantropologe Roanne van Voorst verdiepte zich in de toekomst van seks en relaties en ziet vijf belangrijke trends die binnen enkele jaren wellicht ook in jouw slaapkamer opduiken. “Wie kan er een pil weerstaan met de naam ‘Horny Goat’? Ik niet.”

De ideale minnaar of minnares? Die vinden we niet meer in onze eigen slaapkamer, op café of via een datingapp. Wel in de online winkel. Eentje met pronte kleine borsten, een volle boezem, voorzien van een bionische penis formaat komkommer of boontje – en alles daartussenin: er is voor elk wat wil(d)s in het seksrobotassortiment. De keuze is net zo groot als de kans dat we op termijn zélf onze plaats in het bed van een geliefde moeten afstaan aan zo’n aanpasbare compagnon.

Althans, als we de voorspellingen van futuristen als David Levy mogen geloven. De expert kunstmatige intelligentie gelooft dat het rond 2050 sociaal geaccepteerd zal zijn om een robotpartner te beminnen of ermee te trouwen. In diezelfde periode, stelt hij, zal een op de tien jongeren seks hebben met een robot of sekspop. Eén groot voordeel hebben Barbie en Ken 2.0 wel: ze zullen je nooit tegenspreken. Maar of dat voldoende is om vuurwerk tussen de lakens te garanderen?

Plastic seks

Toekomstantropologe Roanne van Voorst (Universiteit van Amsterdam) is stellig: nee. Zij nam voor haar boek ‘Met z’n zessen in bed’ de proef op de som in een poppenbordeel in Oostenrijk ... of probeerde dat tenminste. ‘Reallife’-sekspop Nick bleek net iets te plastic, waardoor levensechte seks er voor Roanne niet in zat – ondanks de stevige sixpack en het indrukwekkende geslachtsdeel van haar onderzoeksonderwerp. 

“Op papier heeft zo’n robot heel wat pluspunten: hij gebruikt exact de lieve woordjes die jij wil, voert een standje uit op de manier die jij verkiest en kan ook nog eens de vaatwasser in- en uitladen. Je wordt dus constant op je wenken bediend,” geeft ze toe, “maar net dat is ook zijn grootste tekortkoming: meneer of mevrouw robot zal je nooit kunnen verrassen of tegenspreken zoals een echte partner dat kan. Terwijl lust en liefde net onvoorspelbaarheid nodig hebben om te kunnen gedijen.”

“Dat een ander mens zich tot je aangetrokken voelt, niet omdat jij hem kan sturen maar omdat jij jij bent, dat is het meest fantastische gevoel ter wereld”, vervolgt de antropologe. “Alleen bij een klein groepje – denk aan eenzamen of mensen die levenslang kregen – zie ik een hoofd- of bijrol weggelegd voor de seksrobot. Of voor jongeren, als ‘oefenmateriaal’. Voor de rest van ons zal hij daarentegen geen serieuze vervanging blijken. Daarvoor zit de noodzaak om ons intiem te verbinden met anderen te diep ingebakken. Wij als mensen zullen altijd op zoek zijn naar de liefde van ons leven. Alleen zijn de tools en middelen die we daarvoor aanwenden, wel razendsnel aan het veranderen.”

5 futuristische liefdestrends

1. Digitale Cupido's

Als het aan de grote techbedrijven ligt, is data de sleutel tot alles. Ook tot het vinden van de liefde. Ze hebben de glazen bol alvast aan hun kant, want voorspeld wordt dat in 2040 70 procent van de mensen hun prins(es) op het witte paard online zal treffen. En daarvoor hoeven we onze vingers niet eens lam te swipen. 

Van Voorst: “Ontwikkelaars werken hard aan efficiëntere datingapps die gebruikmaken van video en stemgeluid, of die algoritmisch voorselecteren wie er bij je past. Die selectie zal niet alleen gebaseerd zijn op je voorkeuren qua innerlijke en uiterlijke kenmerken, maar bijvoorbeeld ook op een analyse van je sociale­mediaposts.”

“Een trend die volledig aansluit bij de bredere maatschappelijke evolutie naar een volledig frictieloos bestaan. Er komen steeds meer applicaties op de markt die vervelende klusjes opknappen voor ons, zoals het maken van een kappersafspraak, het boeken van een taxi ... of zelfs het dumpen van een geliefde. Op datingvlak bieden computers intimiteit zonder risico’s: afwijzen of ‘ghosten’ gebeurt met een scherm ertussen, en niet recht in iemands gezicht.”

Belangrijke kanttekening: de allerslimste kunstmatige intelligentieapps blijken gemiddeld even intelligent als een vierjarige kleuter. Tot zover de betrouwbare expertise van de digitale matchmaker. “Mensen kunnen denken en voelen, iets waartoe computers (nog) niet in staat zijn. Daarom is het gevaarlijk om technologie hoger in te schatten dan menselijke intuïtie.”

Al valt niet te ontkennen dat zo’n semi-slim algoritme je best wat werk uit handen neemt. “Het kan helpen bij het maken van een betere voorselectie. Door jou te koppelen aan iemand met wie je veel raakpunten hebt, stijgt de kans op een leuke avond, waaruit dan mogelijk meer kan bloeien. Maar daarvoor moet je het wel eerst een kans geven. Op dat vlak kunnen Tinder-verslaafden nu al een voorbeeld nemen aan online datende vijftigplussers: zij spurten niet van afspraakje naar afspraakje met een checklist in de hand, maar nemen rustig de tijd om uit te zoeken of die ene match echt bij hen past.”

2. DNA-dating

Een nog verregaander voorbeeld van frictieloos daten is DNA-matching. Een fenomeen dat al veelvuldig beschreven werd in fictie – denk aan de Netflix-serie ‘The One’ – maar nu door jou uitgetest kan worden in het echte leven. Als je er net zoals Roanne van Voorst 300 euro voor overhebt tenminste. Zij en haar partner ­bleken een goede match. Toch is ze geen voorstander. 

“Omdat het wetenschappelijk verantwoord aanvoelt, hangt er een aureool van objectiviteit rond. Zeker bij jonge mensen is de bereidheid om DNA af te staan groot. Terwijl het natuurlijk onzin is om te denken dat je relatie staat of valt met een paar matchende biologische kenmerken. Daarvoor blijft de liefde te mysterieus en ongrijpbaar: genen kunnen namelijk niet voorspellen of je iemand sexy zal vinden.” 

“Mijn DNA-datingexperiment deed me nog het meest denken aan het lezen van een horoscoop. Eerst voelt het allemaal herkenbaar, geruststellend en zelfs geloofwaardig aan: ‘Aha, mijn slechte humeur ligt aan de stand van de planeten.’ Tot de volgende regel iets beschrijft dat je niet zint: ‘Ik, een drammerige zeur?’ Waarop je de horoscoop aan de kant gooit. Om maar te zeggen: ga met je geld liever op café of naar het theater. Veel meer kans dat je via die weg iemand leuk ontmoet.”

3. Na de Brexit, de sexit

Nergens zet de technologische (r)evolutie zich zo snel door als in het erotische segment. Zo bestaan er al vibrators die je vanop afstand kan besturen — zelfs over de landsgrenzen heen — en slimme seksspeeltjes voor hém en haar die (orale) seks simuleren. “Ondanks de groei aan materiële mogelijkheden voorspellen trendwatchers een ‘sexit’ voor de nabije toekomst: we raken massaal minder geïnteresseerd in seks”, bevestigt de antropologe. “De voornaamste verklaring? Seks is geen verboden vrucht meer, waardoor we er minder naar verlangen.”

Die afname geldt vooral voor jongeren, terwijl zij meestal toch gezien ­worden als het meest seksueel gedreven. “Dankzij de digitaliserende, porno­ficerende samenleving zijn zij ‘oversexed, but underfucked’. Met zo’n ouderwets ­Playboy-plaatje van vroeger – half ontblote borsten, de vulva verstopt achter een flinke toef schaamhaar – moesten je hersenen nog flink aan het werk om daar een erotische scène bij te fantaseren. Nu is eender welke fetisj beschikbaar in enkele muisklikken. Dat overaanbod is dodelijk voor de lust en de nieuwsgierigheid: al die heftige pornoscènes, daar raken jongeren murw van op seksueel gebied.”

Hoe we dat tij kunnen keren? Toon niet per se minder seks, maar wel échte seks, suggereren wetenschappers. Lees: minder nepborsten en gladde designer­vagina’s, meer echte lijven en echte vrijscènes. “De oudere generatie heeft de tijdsgeest wél mee”, stelt Van Voorst. “De seksuele taboes die hun jonge jaren overheersten, zijn weggevallen. Daardoor gaan steeds meer ouderen weer daten, wat enorm bevrijdend aanvoelt voor hen. Zo’n man van 80 die vertelt dat hij seks herontdekt heeft en weer met blosjes op de wangen door het leven gaat: dat stemt me vrolijk over mijn eigen toekomst.”

4. Liquid love: trippen als relatietherapie

Relatiepillen en verliefdheidsdrankjes, het klinkt allemaal nogal harrypotterachtig. Niet dus: volgens wetenschappers van de prestigieuze Oxford University zullen er in de nabije toekomst functionerende liefdesmedicijnen op de markt komen. Een belangrijke evolutie, aangezien de kwaliteit van onze liefdesrelaties zwaar doorweegt op onze mentale én fysieke gezondheid. 

Intussen lijkt de realiteit die voorspelling ingehaald te hebben: online zijn er al heel wat wondermiddeltjes te vinden, ontdekte Roanne. “Zo vond ik ‘Liquid Love’, dat je een sterkere emotionele band met je partner belooft. En wie kan er een pil weerstaan met de naam ‘Horny Goat’? Ik niet.”

Al is het bewijs voor de werking ervan vaak nog zwak, benadrukt de antropologe. Op twee uitzonderingen na dan: MDMA- en oxytocine­achtige middelen. “Er zijn steeds meer relatietherapeuten die hun cliënten onder de radar sessies met MDMA voorschrijven, omdat het de empathie vergroot. In deze context zie ik het zeker legaal worden.”

Je wordt er opener door en kan je makkelijker inleven in de standpunten van je partner, ondervond Roanne aan den lijve. “Je snapt elkaar gewoonweg beter. MDMA kan op die manier helpen om pijnlijke relatieknopen te ontwarren. Qua effect is het dus vergelijkbaar met een romantisch weekendje weg: het zal geen relatie redden, maar wel verbeteren wat al goed zit. Al krijg je er wel een soort kater van, en als je het te vaak gebruikt, werkt het niet meer. Daardoor lijkt de kans op verslaving me vrij laag.”

“Intussen wordt er in Australië en de Verenigde Staten geëxperimenteerd met een gelijkaardig middel op basis van het ‘knuffelhormoon’ oxytocine”, vervolgt ze. “Ook dat zou ervoor zorgen dat je flexibeler en minder kritisch nadenkt over onderwerpen waar jij en je partner het oneens over zijn.” Wordt dus vervolgd. En de Horny Goat? “Die leidde tot leuke seks. Al denk ik dat dat vooral aan het placebo-effect toe te schrijven was. (lacht)

5. De burgerlijke spreidstand

“De mens is niet gemaakt om monogaam te zijn”, hoor je steeds vaker. Is trouw zweren aan the one and only binnenkort passé? “Het aantal polyamoreuze koppels groeit inderdaad, maar niet zo spectaculair als de krantenkoppen doen uitschijnen: het gaat om een stijging van 0,1 procent. Bovendien weten we niet hoeveel van die koppels het ook daadwerkelijk volhouden.”

Het zelf uitproberen bleek voor Roanne (in een vaste relatie en mama van een dochtertje) een brug te ver. Wel speelde ze vlieg op de muur in een poly­amoreus ‘koppel’ van zes. “Rationeel lijkt het haast een logische keuze, als je weet dat een kwart van de heteroseksuele mensen vreemdgaat. Maar polyamorie is hard werken: je moet iedereen tevreden houden en je tijd ook nog eens eerlijk verdelen. Dat heeft ook implicaties voor je hobby’s en carrière, want je kunt niet én veertig uur per week op kantoor doorbrengen, drie keer per week sporten én ook nog eens drie partners – of zelfs meer – tevreden houden. Bovendien valt het communicatieve aspect niet te onderschatten. Met zessen in één huis, dat kan alleen maar werken als verlangen, frustraties en wensen open en eerlijk uitgesproken worden. Poly­amoristen lachen er zelf mee: ‘Wij hebben geen tijd voor seks, want we zijn te druk bezig met praten.’”

“Toch kan je er niet omheen dat vooral de interesse voor alternatieve relatievormen groeit”, beseft ze. “Met dank aan het internet, waar tal van bloggers hun polyamoreuze leven uitgebreid belichten en je vliegensvlug gelijkgestemde zielen ontmoet. Dat zet ongetwijfeld veel mensen aan het denken. De meesten van hen lijken echter tot de conclusie te komen dat het toch te veel gedoe is.”

En wat dat biologische aspect betreft: ook daar valt over te discussiëren. “In alle culturen, ook in die culturen waar polyamoreuze relaties zijn toegestaan of zelfs de norm zijn, observeerden onderzoekers af en toe verliefde koppels die elkaar helemaal niet wilden delen met anderen. Wellicht is de vraag niet of je polyamoreus of monogaam bént, maar of je dat wil en kan zijn in een specifieke relatie.”

Het relatielexicon

• Hiërarchische polyamorie: als iemand meerdere partners heeft, maar er wel hiërarchie in de relaties bestaat.

• Relatieanarchie: een groepsrelatie waarbinnen iedereen gelijk is, en er dus geen hiërarchie bestaat.

• Metamour: de partner van je partner.

• Monopoly: een relatie tussen een monogaam en een poly­amoreus persoon.

 V-constructie: wanneer één iemand een relatie heeft met twee mensen, maar die twee niet met elkaar.

• Jaliefgevoel: blijdschap ervaren als je partner met iemand anders is, oftewel het tegenovergestelde van jaloezie.

• Solopoly/sologamist: als iemand polyamoreus is, maar onafhankelijkheid behoudt. Dat kan bijvoorbeeld door alleen te blijven wonen, of geen vaste relatie aan te gaan.

• Single at heart: term die psycholoog Bella DePaulo bedacht voor mensen die geen behoefte hebben aan een relatie.