UITGETEST. Fietsen langs het water: vijf routes om op twee wielen te ontdekken

doorValérie Wautersop 04/06/2021

Helemaal klaar met wandelen? Gun je wandelschoenen even rust en trek eropuit met de fiets (als het weer meezit, tenminste). Een paar van onze redactrices testten voor jou prachtige routes in Vlaanderen. In de hoofdrol: de Schelde, de Maas, de Noordzee, de Durme, de Dijle en de Nete. “De langsvliegende watervogels, het rustieke landschap en de knoestige bomen brengen je meteen tot rust.” 

1. Fietsen aan de overkant van de Schelde

Redactrice Nathalie verkende de linkeroever van haar favoriete Antwerpen. “De fietsroute ‘In de achtertuin van een wereldhaven’ laat zien dat het ook aan de overkant van de Schelde heerlijk toeven is tussen het groen. En het mooiste: op de vele uitkijkpunten kan je de Scheldestad in al haar glorie bewonderen. De linkerzijde van de Schelde is van oudsher de groene long van de stad, met Sint-Anneke als troef. Op dit zandstrand starten we en vergaap je je aan de passerende boten, of geniet je van de Antwerpse skyline. Bij helder weer zie je zelfs de nieuwste blikvanger van ’t Stad: het futuristische Havenhuis, een ontwerp van Zaha Hadid. Ook al kan het bij mooi weer erg aanlokkelijk zijn, toch is het verboden om te zwemmen in de Schelde. De scheepvaart, de getijden en de sterke stromingen maken het te gevaarlijk. Nood aan een duik? Naast het strand vind je openluchtzwembad De Molen.”

“De voetgangerstunnel (ook Sint-Anna-tunnel genoemd) is de bekendste route om van de ene kant naar de andere van de Antwerpse Schelde te raken. Het park aan de ingang heeft een wandeldijk met tal van mooie uitkijkpunten. Wat weinig toeristen weten, is dat je ook de Kennedytunnel kan nemen. Bij de bouw van de Kennedytunnel in 1969 werd er namelijk een koker voor fietsverkeer voorzien. De tunnel gaat tot vijftien meter onder de zeespiegel en is zo’n zeshonderd meter lang. Grote liften brengen je naar beneden tot op fietsniveau en daarna weer naar boven. Zo wissel je de drukke rechteroever in no time in voor de groene linkeroever. Maar de mooiste manier is de veerboot: fiets tot in Hoboken en neem de Pieter Bruegel. Om het halfuur brengt deze veerboot jou en je fiets gratis naar Kruibeke, of weer terug. Pech onderweg, of behoefte aan pauze? Dan is DeWaterbus – die heel wat stopplaatsen heeft op deze fietsroute – een fijn alternatief dat prachtige beelden garandeert.” 

Momenteel is een mondmasker verplicht in de tunnel en de liften van de Kennedy-fietstunnel, de Sint-Annatunnel, op de veerboot en op De Waterbus. Tickets vanaf € 1, hier te koop. 

Tip: “Een van Linkeroevers verzwegen pareltjes is het Galgenweel: het ontstond jaren geleden uit een paar waterplassen – ‘welen’ genoemd – die bij breuken in de Scheldedijk volstroomden tot een watervlakte. Wil je de benen even strekken? Dan is dit de ideale locatie, want rond het Galgenweel ligt een aangenaam wandelpad van 3,5 kilometer. Ook wie meer actie verkiest, wordt op zijn wenken bediend: op het Galgenweel kan je wakeboarden of waterskiën bij WakeUpCable.”

Katwilgweg, 2050 Antwerpen, wakeupcable.be (vanaf € 20 voor 1 uur), vooraf reserveren wordt aangeraden

2. Trappen langs de Limburgse Maas

Redactrice Sophie fietste vanuit Stokkem langs de Maas. “Tien jaar geleden kaapte ik mijn man weg van zijn Limburgse roots en drong ik hem het Mechelse stadsleven op. Dat bevalt hem prima, maar elke kans om richting de streek van zijn jeugd te trekken, is goed. Al helemaal als zijn koersfiets mee mag.”

“De route is volledig vlak, maar mispak je er niet aan. Met vijftien kilometer langs de Maasdijken is het niet alleen prachtig uitkijken over het water, maar ook hard beuken tegen de wind. Puur genieten in de ene richting, behoorlijk wat calorieën verbranden in de andere. Geen nood: er zijn meer dan genoeg kranige senioren met een elektrische fiets.”

“De route eindigt aan ’t Veerke, een kleine motorpont die fietsers en wandelaars het water overzet. Perfect om even uit te rusten en een hoogtepunt voor de jongsten. Tip: kijk op voorhand of de veerpont wel vaart. Anders wordt je fietstocht al snel een tiental kilometer langer, zo ondervonden wij.”

“Lijkt een tocht door België, Nederland én Duitsland boven je fietsniveau? Niets van aan. Halverwege de route passeer je het smalste stukje van Nederland. Bij de Grensmaas (een onbevaarbaar deel van de Maas) is Nederland namelijk zo smal dat België en Duitsland elkaar bijna raken. Ideaal om de fiets even aan de kant te zetten en te verdwalen tussen de idyllische beekdalen en pittoreske straatjes. Goed voor drie trips in één.”

“Lunch meegebracht? Die smaakt nog beter tussen de weidse velden. Gooi de fiets tegen een boom (of als je net als manlief een peperduur exemplaar hebt: zet ’m voorzichtig verderop), plof in het gras en genieten maar!

3. Zon, zee en strand 

Online coördinator Renée trapte van Plassendale naar de Noordzee en terug. “De zon schijnt en de zee roept. Omdat alles leuker is met twee, huren we een tandem. We merken al snel dat tegenwind tegenwind blijft, ook als je met z’n tweetjes trapt. Toch heeft het wel iets, alles beleven op hetzelfde tempo.”

“Je kan kiezen tussen de lange route van 46 kilometer of een kortere van 25 kilometer. Omdat ons stalen ros eerder een knol is, kiezen we voor de laatste. Een platte en toegankelijke tocht die je van het idyllische polderland langs de meanderende Plassendalevaart tot aan de Oostendse branding brengt.” 

“De route leidt ons lang de Spuikom, een grootse waterplas waarop zeevogels uitrusten en jonge zeilers hun witte bootjes onder controle proberen te houden. In het water worden ook oesters gekweekt. Vlak voor we aan onze laatste etappe beginnen langs de slingerende oever van het Paddegat, rusten we even uit met een vers geplukte oester uit De Oesterput. We passeren nog een prachtig graffitikunstwerk van twee zoenende mensen en het woord ‘leven’. Oesters, mijn lief, de zon en zeelucht: dat is inderdaad het leven. Als je de eerste twaalf kilometer in de wielen hebt, kom je aan op het Maritiem Plein van Oostende.” 

“De Oosteroever is het best be-waarde geheim van Oostende. Deze rustige strandzone zit verstopt ach-ter de duinen en wist te ontsnappen aan het traditionele kusttoerisme. Hier geen ontsierende hoogbouw of wild slingerende gocarts, enkel wiegend duingras. Verwonderd vlijen we ons neer om onze verse garnaaltjes te pellen. Wat een gelukzaligheid.”

Tip: “Koop kraakverse garnalen bij de bekende vistrap terwijl je wacht op het overzetbootje dat je zacht van de wester- naar de oosteroever dobbert.”

4. Bucolisch langs Schelde en Durme 

Redactrice Roxanne ontdekte met haar vriend de streek rond Temse. “Op een druilerige dag trekken mijn vriend en ik naar het Oost-Vlaamse Temse om er de fietsroute van 47 kilometer te rijden. De koude doet ons van gedachten veranderen, dus volgen we uiteindelijk de korte route van ‘maar’ 28 kilometer. We fietsen over de Temsebrug, langs de Schelde en door open weiland. De weg is grotendeels vlak, hoewel het af en toe toch flink trappen is om de hellingen op te raken.” 

 “Het grootste deel van de route ligt langs de waterkant. De langsvliegende watervogels, het rustieke landschap en de knoestige bomen brengen je meteen tot rust. Het is een prachtige route met hoog riet, waterplassen en de eb en vloed van de Schelde.” 

“In Mariekerke neem je de gratis veer-pont naar de overkant. Hoewel de tocht maar vijf minuten duurt, is het kinderlijk geluk van bootje varen er niet minder om. Hierna splitst de route: je kan kiezen of je de korte route doet (zoals wij) of de lange aandurft.”

“Op het laatste deel van de fietstocht vind je gedichten die her en der verspreid zijn langs de weg. Witte bordjes naast een bankje of aan een hek, met een tekst die helemaal binnen de Vlaamse sfeer van de route past. Een van de laatste gedichten is Veer van Tielrode. Iets verderop staat er een standbeeld van een veerman, die ons uitzwaait terwijl we ons een weg trappen richting het centrum van Temse.”

5. Royaal tussen Dijle en Nete

Redactrice Valérie ging met haar kroost op verkenning in Mechelen en omstreken. “Een fietstocht? Dat hoef je mijn kroost maar één keer te vragen. Wij gingen samen op pad in en om Mechelen, en ontdekten al snel dat de streek waar we al heel ons leven wonen royale allures heeft. Op een kasteeltje meer of minder wordt hier niet gekeken!”

“Onze tocht begint meteen goed, want een van de eerste blikvangers is het Tivolipark met bijbehorend kas-teel. Corneel Scheppers, telg van de bekende Mechelse brouwersfamilie, was de oorspronkelijke eigenaar van het domein. Hij reisde in 1792 naar het Italiaanse Tivoli en liet bij zijn thuiskomst het kasteel nabouwen, volledig naar Italiaans model. Vandaag is het park in handen van de stad Mechelen en vind je er ook een speeltuin en kinderboerderij.”

“Aan de oostzijde van Mechelen strekt zich een groots weideland-schap uit: het Mechels Broek. Natuurpunt beheert hier ruim honderd hectare graslanden met sloten, knotwilgen en houtkanten. Midden in het gebied ligt een grote waterplas, waar je heel wat watervogels kan spotten. Maar wat dit plekje pas echt uniek maakt? De paarden en runderen die in het Broek grazen en zo aan natuurbeheer te doen.”

“Kasteel Zellaer is met recht en reden dé trekpleister van Bonheiden. Midden op het domein vind je een waterburcht uit de 19de eeuw (inclusief ophaalbrug, kantelen en schietgaten, mijn jongens waren meteen verkocht). Het feeërieke slot is niet het enige wat deze plek het bezoeken waard maakt. Op het domein kunnen kleine avonturiers op ontdekking met de app Vossenstreken. Al raad ik aan om die jeugdige energie te sparen voor de rest van de tocht en een andere keer terug te komen voor een wandeling.”

Tip: “Wie een tweehonderdtal meter van de route wil afwijken, kan een bezoekje brengen aan de Sint-Romboutskathedraal. Met een hoogte van maar liefst 97 meter kan je niet naast de toren kijken, dus ’m vinden is kinderspel. Wie na al dat fietsen nog stevig op zijn benen staat, kan de 538 trappen van de toren beklim-men en genieten van een prachtig uitzicht over Mechelen en omstreken. Vergeet wel niet om op voor-hand een afspraak te maken.”