Gelein houdt een depressiedagboek bij. “Ik vraag mij af waar ik mijn geld mee ga verdienen”

doorRedactieop 06/10/2021

“Ik let niet op en rijd de ingang van de crèche voorbij. Mijn tweejarige achterin kan inmiddels vloeken als een dokwerker.” Sinds onze collega Gelein (34) het etiket ‘depressief’ opgeplakt kreeg, houdt ze een dagboek bij. Deze week vertelt ze over haar professionele dilemma’s - geeft ze haar ontslag of niet? -, dat ze soms ontzettend boos is op alles en iedereen, en dat ze toch niet zo’n open boek blijkt te zijn als ze aanvankelijk dacht. 

DAG 31: Out of office

Ik heb keuzes maken nooit eng gevonden. Keuzes zijn toch nooit definitief. Verhuizen? Andere job? Doe maar. Of doe maar niet. Het maakt me niet zoveel uit: alle andere dagen kies ik om te blijven wonen en te blijven werken waar ik zit. Eerlijk gezegd vind ik dat net zo’n radicale keuze als het roer helemaal omgooien.

Als ik het écht niet weet, doe ik kop-of-munt. Negen van de tien keer denk ik als het muntje in de lucht is ‘ik hoop dat het kop wordt’. En dan hoef ik de uitslag sowieso niet af te wachten.

Tot nu.

De zomer loopt op zijn einde. Ik zal toch ooit weer wat geld moeten gaan verdienen. Mijn coach heeft me met de neus op de feiten gedrukt dat mijn huidige werk niet meer de plek voor mij is. En toch durf ik nog niet voor ontslag te kiezen.

Ik pieker ’s nachts. Ik ben moe, voel me weer verstijfd. Ik let niet op en rijd de ingang van de crèche voorbij. Mijn tweejarige achterin kan inmiddels vloeken als een dokwerker. Ik begin weer gedetailleerde lijstjes te maken en zet er ‘douchen’ op. Dit gaat niet goed.

Ik begin slechter en slechter te slapen. Ik ga extreem vroeg naar bed zodat ik met twee uur piekertijd toch nog genoeg uitgerust ben. Ha. Ha. Prompt pieker ik vier uur. “Als je zoveel stress krijgt van die beslissing, is dat dan niet juist het teken dat je er weg moet?”, hoor ik naast me. ‘s Nachts begint mijn man ineens hele slimme dingen te zeggen.

Ik stel een korte maar krachtige mail op naar mijn baas waarin ik zeg dat ik niet terugkom. Maar het is weekend. En oh ja, midden in de nacht. Ik wil haar nu niet storen. Ik zorg dat de mail op maandag om acht uur ’s ochtends automatisch wordt verstuurd. Ik twijfel nog vijfhonderd keer over de bewoording, of het niet te sec is. Maar ik doe niks.

In piekeruur 15 begin ik bang te worden dat ik spijt ga krijgen. Dat ik bruggen aan het verbranden ben. Ik vraag me af waar ik mijn geld mee ga verdienen. Probeer op te zoeken hoeveel een nier tegenwoordig waard is. Probeer te bedenken hoe ik nu eindelijk de loterij kan winnen. Ik ben bang dat ik mijn collega’s ga missen. Het werk zelf. Misschien moet ik de hele mail annuleren. Maar ik doe niks.

Het is zondagnacht en mijn jongste dochter wordt wakker. Ligt denk ik te piekeren over het nut van eendjes. Ik ben ondertussen bang dat ik me de rest van mijn leven zo blijf voelen. Dat ik nooit meer wil werken. Maar mijn dochter houdt mij gegrond. Uiteindelijk val ik in een onrustige slaap met de linkervoet van mijn tweejarige dwars over mijn voorhoofd.

Ik word wakker en het is zeven uur. Maandag. Laatste kans om de mail nog tegen te houden. “Flesje maken, mama.” Ik sta op, zwalp met m’n dochter door het huis. De oudste wordt ook wakker en heeft me voor iets heerlijk onbelangrijks nodig. De volgende keer dat ik op de klok kijk, is het tien over acht. De mail is gestuurd. Niks doen is ook een keuze. Mijn baas is blijkbaar op vakantie, dus in mijn inbox een out of office. En dat ben ik ook.

DAG 34: Ik heb geen zin

Vandaag is mijn afspraak met de psycholoog en ik heb echt geen zin. Ik heb geen zin om te praten over ellende. Ik heb geen zin om het verhaal nog eens te herkauwen. In mijn hoofd heb ik het nu al minstens honderd keer in minstens evenveel nachtelijke piekeruren herhaald. Ik heb het hier al opgeschreven. Ik ben moe. Zwarte wolk. Hoe voorkomen. Punt.

Ik heb zin om weer vooruit te kijken. Ik wil opkrabbelen, verder doen. Vaagjes herinner ik me wel dat mijn andere coach zei dat dat altijd maar verder doen misschien net het probleem is, maar ik heb geen zin om daar nu over na te denken.

Ik heb ruzie met mijn dochter over iets onnozels. Of ze op een bepaalde dag haar haren los droeg of in een staart. Letterlijk dat. Dat we hier ruzie over hebben, slaat nergens op. Ik heb bovendien gelijk. Maar zij is zes dus heb ik geen enkele reden om gelijk te willen hebben. Ik ben, met andere woorden, chagrijnig.

Ik ben tien minuten te laat bij mijn psycholoog en hoop stiekem dat ze mij net zo stom vindt als ik vandaag. Ik mok als ze mij nog tien minuten extra laat wachten. Eenmaal in haar kamer zit ik met m’n armen over elkaar als ze vraagt: “Ben je zenuwachtig?”

Ik zeg haar dat ik geen zin heb. “Hoe gaan we dit zinvol maken voor je?” Ik zeg dat het zinvol zal zijn, maar dat ik gewoon geen zin heb om het weer op te rakelen. Ze heeft een vreselijke eerste indruk van me, of misschien net de juiste, dat weet ik niet. Ze stelt me wat vragen en ik begin meteen weer te huilen, waar ik ook Echt. Geen. Zin. In. Heb. Klotetranen.

Voorzichtige vragen van haar kant, bozige antwoorden van de mijne. “Hoe is dat als Nederlander in België?” Ik begin alweer te janken. Ik ben boos aan het huilen. Boos op het huilen. “Belgen kunnen geweldig veel dingen zeggen zonder het te zeggen, alleen de radar daarvoor mis ik”, zeg ik. “En ik heb ook geen zin meer om te proberen bedenken wat er nu eigenlijk gezegd wordt.” Dat is een terugkerend thema vandaag.

Als ik thuiskom en mijn man vraagt hoe het was, antwoord ik dat ik geen zin heb om erover te praten. Ik grom wat als hij vraagt of het nu goed of niet goed was. Is dit Vlaams voor ‘kon beter’?

Ik heb veel gesprekken met de redactie over hoe eerlijk ik ga zijn in deze columns over wie ik ben. Ik neig naar anonimiteit. Zij zeggen me dat mijn eerlijkheid én openheid net sterk is. En mogen ze een foto van mij gebruiken? Enerzijds vind ik ook dat ik me nergens voor hoef te schamen. Anderzijds wil ik niet dat ik nu met één simpele zoektocht voor altijd ‘Die Depressieve’ ben. Of dat ik hier te veel zeg, wat in België eigenlijk not done is. Ik ben boos op België.

Kan deze hele depressie/burn-out nu gewoon over zijn? Ik ben er, zoals ze in Nederland zeggen: klaar mee. Ik zeg de redactie toe om mijn eigen naam te gebruiken, maar wel alleen mijn voornaam. Slaat nergens op: er loopt maar één Gelein in België rond. Ik zeg toe dat de redactie in mijn Instagram mag duiken, maar alleen foto’s mag kiezen waar ik niet heel herkenbaar op sta. Kunnen jullie me dan niet meer googelen? Bedankt. Groetjes, mijn chagrijn.