1 op 200 volwassenen plast in bed

doorRedactieop 31/12/2007

Droog worden is topsport

Als je als kind bedplast op een leeftijd waarop je eigenlijk droog zou moeten zijn, is dat heel vervelend. Maar als je volwassen bent en regelmatig in een nat bed wakker wordt, is dat nóg erger. Omdat je hele leven erdoor beïnvloed wordt én omdat er een enorm taboe op rust. En nee, het is géén marginaal verschijnsel, want maar liefst 1 op 200 volwassenen houdt het 's nachts niet droog.

Ach, het gaat vanzelf wel een keer voorbij.' Of: 'Het hoort er nu eenmaal bij.' Het zijn opmerkingen die menige bedplasser regelmatig te horen krijgt. Of het probleem wordt zorgvuldig geheim gehouden. En dus wordt er niets aan gedaan. Doodzonde, vindt Frank van Leerdam, secretaris van het Kenniscentrum Bedplassen in Meppel en universitair docent Jeugdgezondheidszorg aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Heel veel bedplassers zijn immers droog te krijgen, maar uit onderzoek blijkt dat de helft van de volwassen patiënten nog nooit naar een arts is gestapt.

Hoe komt het dat zo weinig mensen met hun bedplasklachten naar een arts gaan? Durven ze niet?
Frank van Leerdam: 'Veel mensen hebben zich erbij neergelegd. Het hoort bij hen, vinden ze. En velen hebben van thuis uit altijd te horen gekregen dat het vanzelf voorbijgaat. Vooral bij meisjes wordt nogal eens gezegd dat het verdwijnt als ze eenmaal ongesteld worden of een kind hebben gekregen. Maar dat is dus niet zo. En het is ook zeker niet iets wat bij je hoort. Je kunt er echt van afkomen. De meesten gaan niet naar een hulpverlener uit een soort van zelfbescherming. Als je vindt dat je droog moet worden en het lukt niet, blijf je faalervaringen hebben. Ga je zeggen dat het bij je past, dan accepteer je het en is het, tussen aanhalingstekens, geen probleem meer.'

Wat zijn de oorzaken voor bedplassen op volwassen leeftijd?
'Bij drie tot vijf procent van de bedplassers zijn lichamelijke factoren zoals nier- of blaasafwijkingen de boosdoener. Bij de hoofdmoot wordt echter geen lichamelijke oorzaak gevonden, ook al kunnen lichamelijke factoren wel een rol spelen. Zo zijn er patiënten die niet wakker worden van een volle blaas. Normaal gezien zul je bij een volle blaas je spieren aanspannen, wakker worden en naar het toilet gaan óf je spieren blijven aanspannen totdat je wakker wordt. Gevolg bij de mensen die niet wakker worden, is dat de blaas het niet meer houdt. Dan is er nog een groep die een tekort heeft aan het hormoon dat ervoor zorgt dat je 's avonds minder urine aanmaakt dan overdag. Of het hormoon wordt wel voldoende aangemaakt maar de patiënt reageert er niet goed op. Ten slotte is er nog de groep mensen met blaasproblemen, zoals een hyperactieve, een te kleine of een te grote blaas. Voor al deze patiënten geldt overigens dat erfelijkheid een grote rol speelt. Als je ouders bedplassers zijn of waren, heb je 70 procent kans om er ook last van te krijgen.'

Vaak hoor je zeggen dat psychische problemen bedplassen kunnen uitlokken.
'Vroeger en nu soms nog werd beweerd dat bedplassen altijd een psychische oorzaak heeft. Toch klopt dat niet. Het is wel zo dat bedplassen bij mensen met psychische problemen meer voorkomt. Maar uit onderzoek blijkt dat deze problemen juist ontstaan door het bedplassen. Kinderen met psychische problemen bijvoorbeeld, worden net zo snel droog als kinderen zonder problemen. En kinderen met problemen die droog worden, raken een groot deel van hun problemen kwijt. Voor ons een bewijs dat problemen worden veroorzaakt door het bedplassen, en niet andersom.'

Er rust nog een groot taboe op bedplassen. Waar komt dat vandaan?
'Op alles wat met plassen en poepen te maken heeft, rust een taboe. Daar praat je niet over. En ook: bij bedplassen denk je aan een baby, aan iemand die nog niet voor zichzelf kan zorgen. Feit is dat patiënten zich er enorm voor schamen. Ze hebben het gevoel niet normaal te zijn, want waarom kunnen ze niet gewoon hun plas ophouden? De meesten denken ook dat ze de enigen zijn. Vaak slaken ze een zucht van verlichting als ze horen dat 1 op 200 volwassenen last heeft van bedplassen.'

Bedplassen heeft waarschijnlijk een behoorlijke invloed op je dagelijkse doen en laten? '
Het heeft een enorme impact. Zelfs bij kinderen. Als je aan kinderen vraagt wat het ergste is wat hen kan overkomen, staat ruzie tussen de ouders op de eerste plaats, scheiding van de ouders en dood van een ouder op de tweede plaats en bedplassen op de derde plaats. Maar voor volwassenen komen daar nog de sociale aspecten bij. Ze durven niet in een hotel of bij vrienden te slapen, geen liefdesrelaties aan te knopen en geen baan te accepteren waarvoor ze vaak naar het buitenland moeten... Het grootste probleem bij volwassen bedplassers is dat ze faalangstig zijn geworden omdat ze zonder succes veel remedies hebben geprobeerd. Ze krijgen het gevoel dat ze toch nooit droog zullen worden. En juist dat gevoel is misschien wel hun grootste vijand.'

Op welke leeftijd begint het bedplassen meestal?
'Het merendeel heeft altijd al in bed geplast. En sommigen zijn wel even droog geweest, maar hervallen weer door een bepaalde gebeurtenis. Bijvoorbeeld bij een ontslag of een overlijden. Ze moeten dan opnieuw leren 'droog' te slapen, maar dat kost best moeite. Droog worden kun je nog het best vergelijken met topsport.'

Hoezo?
'Het vereist veel inspanning, commitment, motivatie en doorzettingsvermogen. Je moet weken en maanden onder begeleiding van een coach met één ding bezig zijn en daarop trainen. Want naast de behandelingen an sich moet je ook leren om alert te slapen. Elke avond moet je je hersens inprenten dat je wakker moet worden als je een volle blaas hebt. Ik noem dat weleens het Zaventem-effect. Als je een vliegtuig moet halen en om drie uur moet opstaan om op tijd te komen, zul je gegarandeerd om drie uur wakker zijn. Vaak nog vóór de wekker gaat. Dus als je elke avond bij jezelf inprent dat je wakker moet worden als je een volle blaas hebt, werkt dat op termijn ook.'

En welke behandelingen zijn mogelijk?
'De belangrijkste therapie is momenteel de plaswekker omdat die het hoogste slaagpercentage en het meest langdurige effect heeft. De wekker bestaat uit een onderbroek met draadjes die verbonden zijn aan een wekker. Zodra je plast, geven de draadjes een signaal door aan de wekker en gaat die af. De bedoeling is dat je hierdoor leert dat je niet wakker wordt terwijl je al plast, maar dat je leert om het gevoel te herkennen dat aan het plassen voorafgaat. Een soort Pavlov-reactie dus. De plaswekker is voor 70 procent van de patiënten succesvol op langere termijn.

Een tweede succesvolle behandelmethode is het nemen van het medicijn Minrin of Minirin, een middel dat de urineproductie regelt zoals het hoort. Ook deze behandeling heeft veel succes, alleen komt het weleens voor dat je weer hervalt zodra je ermee stopt. Een combinatie van de plaswekker met Minrin is ook goed mogelijk. Dan bestaat er ook nog een antidepressivum dat goed blijkt te helpen tegen bedplassen, maar dat heeft bijwerkingen. En ten slotte is er nog een middel voor mensen met een lazy bladder of juist een hyperactieve blaas, waarbij de blaas niet goed genoeg of juist te goed werkt. Maar voor alle behandelmethoden geldt dat je je in ieder geval moet laten opvolgen door een specialist die bekend is met het probleem.'

Mogen we nog nieuwe behandelingsmethoden verwachten?
'Ik hoop van wel, want ik zou liever 90 of 95 procent van de bedplassers droog krijgen in plaats van de 70 procent die we nu halen. Het probleem zit vooral in de terugval en we hebben nog niet helemaal door waarom sommigen na een droge periode weer hervallen. Nieuwe ontwikkelingen zullen dus vooral op dat vlak gebeuren. Maar er wordt nu al druk geëxperimenteerd met nieuwe medicijnen en plaswekkers die al reageren als je blaas vol is in plaats van als je al geplast hebt.'

Door Manon Kluten
(Goed Gevoel, september 2003)