"Betere schoolprestaties voor kinderen uit intacte gezinnen"

doorToon Mastop 31/10/2012

Kinderen van wie de ouders bij elkaar zijn, hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Van gezinnen die niet intact zijn, presteren de kinderen uit co-oudergezinnen op school het best. De minst goede schoolprestaties worden opgetekend bij kinderen uit eenoudergezinnen. Dat schrijven scheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht en filosofe Corrie Haverkort in hun boek "Kinderen uit nieuwe gezinnen".

In het boek wordt gebruikgemaakt van statistische gegevens van Spruijts onderzoek "Scholieren en Gezinnen 2011". Gedurende vijf jaar (van 2006 tot 2011) deden 5.300 scholieren uit het basis- en secundair onderwijs mee aan dit onderzoek. Het onderzoek toont aan dat in een gemiddelde Nederlandse klas van 30 leerlingen minstens zes kinderen zitten die opgroeien in zogenoemde nieuwe gezinnen. Niet alleen de schoolprestaties van kinderen uit deze gezinnen blijven achter, ook het welzijn ligt bij hen lager dan bij kinderen uit intacte gezinnen.

Van alle nieuwe gezinnen komt volgens Spruijt het stiefvadergezin het meest voor in Nederland, een gezinsvorm waarbij het kind woont bij de biologische moeder en haar nieuwe partner. Moeders zijn in elk gezinstype het allerbelangrijkst voor het welbevinden van het kind. Maar de stiefvader blijkt op plaats twee te komen, nog voor de uitwonende biologische vader.

Spruijt merkt ook op dat er tegenwoordig onder laagopgeleiden relatief meer gescheiden wordt dan onder hoogopgeleiden. Dat kan komen doordat hoger opgeleiden beter communiceren, conflicten flexibeler kunnen oplossen en meer ruimte en geld hebben om zich individueel te ontplooien. Bovendien weten ze meer over de nadelige gevolgen van een scheiding voor hun kinderen.