Column Burn-Out: Vandaag gaat het niet

Doortje is 35, getrouwd met haar man en gelukkig met haar job achter de schermen bij een bank. Ze geniet van sport en spel, van vrienden en familie, van buitenzijn en dansen. Begin juli 2017 bereikt ze echter haar limiet. Doortje krijgt een burn-out en herstelt momenteel met vallen en opstaan. Haar verhaal volg je in deze column. 

Vanmorgen stond ik op na een vermoeiend weekend. Een weekend waarin ik tonen wilde dat het allemaal wel gaat.

Vandaag gaat het niet, het gaat echt niet.

Vanmiddag stond ik op na een dut. Een dut die is uitgemond in een orkaan van gevoelens, een stroom van tranen. Een mens piekert wat af als ie een dag niet is gaan wandelen. En wandelen daar had ik vandaag echt geen zin in. Mijn benen doen pijn, mijn lijf is moe. Het gaat niet.

Door dit magische moment van niet wandelen, niet sterk zijn, niet in gezelschap zijn, van niet moeten, overspoelt een moment van verlatenheid mijn leden. Mensen willen me helpen, vrienden staan voor me klaar, familie wil tijd voor me maken, mijn man wil me ondersteunen. Iedereen wil dat ik er weer sta.

Ik wil dat ik er weer sta.

En ik sta er niet. Ik doe hetzelfde als ik altijd doe: Er Staan. De was doen, mensen bezoeken, vriendelijk en gezellig zijn, ondernemend zijn.

Vandaag lig ik. Ik sta er niet. Ik verga van verdriet, van eenzaamheid, van angst voor een berg die ik niet over wil, van een doodswens die me kan verlossen uit het niet-willen-staan. Een oerkreet die ik wil uitschreeuwen, maar niet kan want dat past niet. De zin om borden kapot te gooien en het huis ineen te slaan. Maar dat kan niet, dus ik giet de waanzin in tranen.

Ik mis liefde. Ik mis Liefde met de grote L. Ik mis een schouder om op te huilen. Ik mis de aandacht voor wie ik ben. Ik mis de geruststelling wanneer ik in paniek schiet. Ik mis een zachte aanraking. Ik mis het vertrouwen van mezelf om iemand aan te spreken over mijn hele diepe zorgen. Ik ben altijd op mijn hoede dat ik niet goed genoeg ben. Dat mijn werk maar half gedaan is, dat ik fouten maak die iemand anders moet oplossen, dat het huis niet proper is, dat ik niet lekker ruik, dat ik mij onhandig verwoord en zo iemand bruskeer. Ik ben bang van mezelf.

 

Mijn gevoelens mogen er zijn, maar ik mag ze niet tonen van mezelf. Niemand mag weten hoe klein ik eigenlijk ben. Ik toon mijn gevoelens dus niet. Ik voel ze zelfs niet meer. Behalve deze namiddag. Deze namiddag heb ik ze heel diep gevoeld. Ik ben blij dat ik ze mocht voelen. Dat ik mijn gevoelens mocht uitsnikken terwijl ik een arm om mezelf sloeg.

Ik ben bang van mezelf. Ik vertrouw mijn oordeel niet.

Ik ben bang van de berg die voor me ligt en waar ik niet over wil. De berg die werk en verantwoordelijkheden bevat. Die me de flinke versie van mezelf laat zijn. Ik wil die flinke versie niet zijn. Ik wil niet in de auto stappen en genieten. Ik wil balen. Ik wil geen organisatorische gesprekken voeren. Ik wil genieten van het resultaat, alleen. Ik wil niet op vakantie gaan en flink genieten. Ik wil ook op vakantie zwak mogen zijn. Ik wil niet terug gaan werken en goede punten scoren. Ik wil mijn vrienden nu even niet zien.

Ik kan namelijk niet meer laten zien wie ik ben. Ik ben nu geen Flinke Meid. Ik wil nu geen Flinke Meid zijn. Ik wil alles eruit huilen en vervolgens slapen en dan weer huilen. Huilen tot ik ophoud met te denken dat ik er niet mag zijn. Dat de echte ik, die gelaagder is dan ik denk, dat die ik er weer mag zijn.