Darmpjes in de knoop

doorRedactieop 23/11/2011

Steeds meer jonge kinderen lijden aan constipatie of verstopping, een probleem dat opvallend vaak opduikt na de zindelijkheidstraining en ook schoolgaande kinderen flink parten kan spelen.

Maag- en darmproblemen bij kinderen zijn geen enkele ouder vreemd. Maar waar dit zich vroeger meestal uitte in diarree en chronische diarree, zien artsen vandaag steeds vaker geconstipeerde patiëntjes op consultatie verschijnen. 'Die kinderen maken doorgaans minder dan drie keer per week stoelgang of hebben harde en pijnlijke ontlasting', vertelt kindergastro-enterologe Myriam Van Winckel.

'Geconstipeerd raken kan al op heel jonge leeftijd, zelfs bij zuigelingen, al is dat eerder uitzonderlijk. Het échte probleem duikt veeleer op bij de zindelijkheidstraining, waar kinderen soms verward raken. Zindelijk worden betekent dat een peuter de signalen van zijn lichaam leert herkennen, en bij stoelgangsdrang de juiste plaats opzoekt: het potje of toilet. Zindelijkheid staat dus niet gelijk met 'het leren ophouden van de stoelgang'.

Maar wanneer te sterk de nadruk gelegd wordt op een proper broekje, kan het zijn dat een peuter wel degelijk leert ophouden. Doet hij dit steeds vaker en langer, dan wordt de stoelgang harder en wordt een toiletbezoek pijnlijk. En pijn is opnieuw een reden om stoelgang op te houden, waardoor het kind in een vicieuze cirkel terechtkomt.'

Op het 'gemak'
Kinderen starten doorgaans rond de leeftijd van 2,5 jaar in de eerste kleuterklas, en de meeste scholen vragen met enige aandrang om de peuters te mogen verwelkomen zonder luier. Dr. Van Winckel: 'Op die leeftijd - de meeste kinderen zonder ontwikkelingsproblemen worden zindelijk tussen de achttien en dertig maanden - zijn een aantal peuters daar nog niet echt klaar voor en worden ze bijgevolg geforceerd om zindelijk te zijn, wat maar al te vaak eindigt in constipatie. De kinderen gaan zich focussen op het leren opspannen terwijl ze zich net moeten ontspannen, en dit liefst op het potje en niet in de luier. Want ook dit moet gezegd: luiers worden steeds beter ontwikkeld, waardoor baby's en peuters het amper nog voelen wanneer ze er stoelgang in maken. Comfortabel voor hen, dat wel, maar niet meteen de beste manier om van die luier af te raken. Die zit immers - ook wanneer die vuil is - niet meer in de weg, waardoor de kleintjes minder geneigd zullen zijn op het potje te gaan en zindelijkheidstraining weigeren.'

'Zelfs grotere kinderen zie je vaak nog rechtstaand stoelgang maken in de luier, evenwel een oncomfortabele houding die zo snel mogelijk afgeleerd moet worden. Zindelijkheidstraining moet daarom gestart worden met systematisch neerzitten op het potje in hurkhouding en met de voeten goed gesteund - de normale en meest comfortabele houding - te beginnen na iedere maaltijd. Geef het kind daarvoor alle tijd; het toilet wordt in de volksmond niet voor niets het 'gemak' genoemd! Wees ook duidelijk over wat je van het kind verwacht, zonder ook maar iets te forceren, en laat het merken dat een toiletbezoek iets is wat er gewoon bij hoort. Ga er met andere woorden ontspannen mee om, maak er geen grapjes rond, volg zo veel mogelijk het ritme van het kind en maak er zeker geen drama van als het niet meteen wil lukken.'

Kaka is vies
Een peuter leren plassen op het potje wil meestal nog wel lukken. Ontlasting maken daarentegen is voor veel kleintjes vaak andere koek. 'Kinderen zien relatief weinig stoelgang', weet dokter Van Winckel. 'Er hangt een groot taboe rond, dat vooral door volwassenen in stand gehouden wordt. Zo zal een kleuter of peuter z'n eigen ontlasting minstens één keertje van dichtbij - en dat mag je letterlijk nemen - willen bekijken, maar wordt hij of zij door z'n ouders algauw teruggefloten met de woorden: 'Bah, da's vies, dat mag niet!'

Gevolg: het kind zal de natuurlijke ontspanningsreflex trachten te onderdrukken - uit ingepeperde angst voor dat vieze goedje - en het moment van ontlasting zo kort mogelijk proberen te houden. Fout natuurlijk, en als ouder kan je eigenlijk niet beter doen dan het jonge kind af en toe te laten zien dat mama en papa en ook broertjes en zusjes naar het toilet gaan en dat kaka erbij hoort; het is de normaalste zaak.'

Een ander belangrijk punt volgens dr. Van Winckel is de nette wereld waarin we met z'n allen opgroeien. 'Een paar decennia geleden stonden veel toiletten gewoon nog buiten, geïnstalleerd boven de beerput. Het rook er helemáál niet fris, maar niemand die daarover maalde. Vandaag zijn onze kinderen het echter gewoon naar een toilet te gaan in een kamertje waar het warm is en wél fris ruikt; meteen een reden waarom niet enkel peuters en kleuters, maar ook lagere schoolkinderen steeds vaker geconstipeerd raken. Zij houden hun stoelgang tijdens de lesuren liever op, omdat de toiletten op school iets minder proper zijn dan thuis, er minder privacy is en het toiletpapier van mindere kwaliteit is. Maar komen ze thuis, dan wordt het ophoudgedrag in stand gehouden door televisie of een spel dat ze niet willen onderbreken en waardoor ze de signalen van hun lichaam negeren. Dat kennen we als volwassenen ook, als we bijvoorbeeld tegen een deadline aan werken. Wat we nauwelijks beseffen is wat voor een uitdaging dit voor ons darmstelsel betekent.'

Alarm!
Stoelgang die langdurig opgehouden wordt, raakt opgestapeld in de darm en wordt hard. Dokter Van Winckel: 'Die opstapeling doet de darm uitrekken, waardoor het signaal 'Ik moet naar het toilet' minder sterk wordt. Gelukkig is zo'n uitgerekte darm bij kinderen bijna altijd omkeerbaar, maar de constipatie wordt er wel moeilijker door te behandelen én geeft uiteraard pijn in de buikstreek en tijdens een toiletbezoek.

Bij kinderen met hardnekkige of steeds wederkerende constipatie dringt zich, naast medicatie zoals laxeermiddelen, soms ook de hulp van een psycholoog op om het ophoudgedrag te kunnen doorbreken en uit de vicieuze cirkel te raken. Als ouder kan je dus maar beter de alarmsignalen bij je kind in het oog houden:
- een ongemakkelijk, opgeblazen gevoel
- buikpijn
- opvallend lang toiletbezoek
- minder dan drie keer per week stoelgang maken
- verminderde eetlust
- harde, pijnlijke ontlasting
- overloop (gek genoeg duidt een vuile broek er meestal op dat een kind vreselijk z'n best doet om stoelgang op te houden en de signalen niet meer herkenbaar zijn; de overloop is een klein beetje ontlasting dat in de darm langsheen de harde ontlasting naar buiten loopt)
- plasproblemen (kinderen kunnen in de broek gaan plassen of blaasontstekingen krijgen door constipatie)

Kinderen die reeds met constipatie te maken kregen, hou je het best in het oog wanneer het kind:
- op reis of op kamp gaat.
- in een nieuwe omgeving terechtkomt.
- een ziekenhuisopname - met andere voeding - achter de rug heeft.
- in stresssituaties verkeert.

Blijf erop toezien hoe vaak het kind naar het toilet gaat en gun het vooral voldoende tijd. Ga ontspannen met het onderwerp om.'

Gezond leefpatroon
Uiteraard regelen we onze darmtransit niet louter door een regelmatig en ontspannen toiletbezoek. Wat we tijdens onze maaltijden verorberen, speelt een minstens even belangrijke rol bij het indijken van darmproblemen zoals constipatie. 'Kinderen bladgroenten, rauwkost, volkoren brood en vers fruit leren eten (of met andere woorden: een vezelrijk dieet) doe je door als ouder het goede voorbeeld te geven', zegt dr. Van Winckel.

'Schotel ze geen overvol bord voor, maar laat hen proeven en experimenteren met wat lekker en gezond is. En laat kinderen vooral niet bepalen wat er op tafel komt! Bied hen ook voldoende drank aan, vooral water, en grijp niet te veel naar fruitsap of andere zoete drankjes. En wie denkt aan gezondheid, denkt ook aan voldoende beweging. Een kind actief laten spelen, fietsen en sporten komt het hele lichaam, maar zeker ook een vlotte stoelgang, alleen maar ten goede.'

Naar de dokter
Alle voorzorgsmaatregelen in acht genomen, bij aanhoudende constipatie dringt een bezoek aan de arts zich onvermijdelijk op. 'Kinderen met beginnende constipatie zullen daar aanvankelijk weinig tot geen hinder van ondervinden', weet dokter Van Winckel.

'Meer drinken, wat meer fruit en beweging, regelmatige toiletbezoeken en het vermijden van op te houden bij stoelgangsdrang, zetten het zaakje vaak vanzelf weer in gang. Houdt het probleem echter aan en treden er ongemakken zoals buikpijn op, dan is een medische controle nodig. Een arts kan de aars dan even bekijken om bepaalde onderliggende kwaaltjes uit te sluiten die pijn kunnen veroorzaken. Bovendien stel je dit bezoek het best niet te lang uit, aangezien constipatie steeds moeilijker te behandelen is - de darm rekt immers uit - naarmate het probleem langer aansleept. Indien nodig zal een laxerende behandeling gestart worden, die je absoluut onder medische begeleiding moet volgen.'

'Ook de hulp van een kinesist kan soms nuttig zijn. Deze persoon kan kinderen een flink eind op weg helpen via spiertraining en het leren ontspannen van de bekkenbodem. Geeft je kind dus aan last of pijn te hebben en merk je als ouder dat zoon- of dochterlief minder vaak naar het toilet gaat, negeer dit dan niet en grijp tijdig in. Tracht daarnaast ook thuis en in de omgeving van het kind na te gaan wat een gezonde toilethygiëne in de weg zou kunnen staan en bied zomogelijk ook daar oplossingen, door bijvoorbeeld toiletpapier mee te geven naar school of met het schoolteam te bekijken hoe de toiletten proper(der) gehouden kunnen worden.'

Het probleem in kaart gebracht
Op www.poeppoli.nl kan je terecht met al je vragen rond maag- en darmziekten van je kind. Je kan op de site inloggen om het stoelgangpatroon van je kind te beoordelen. Door het invullen van een vragenlijst en het bijhouden van een kalender, kan je online advies krijgen van artsen.


Wanneer geconstipeerd?

Zuigelingen

Een baby is geconstipeerd wanneer z'n ontlasting niet frequent (minder dan één keer om de twee dagen), onregelmatig, droog en dik is. Jonge zuigelingen huilen soms bij het maken van stoelgang, lopen rood aan en persen lang voor ze zachte ontlasting maken. Dit is géén constipatie en zal verdwijnen als de baby ouder wordt.

Peuters ouder dan één jaar
Wanneer een peuter minder dan drie tot vier keer per week stoelgang maakt, is er sprake van constipatie. Het kind heeft pijn omdat de ontlasting hard en droog is, waardoor het de neiging heeft nog langer te wachten en het probleem nog erger wordt.

Kinderen boven de vijf jaar
Een kind dat minder dan drie tot vier keer per week stoelgang maakt, te veel tijd op het toilet doorbrengt of slechts zelden naar het toilet gaat/wil, kampt met constipatie. Ook vuile broeken zijn een duidelijk alarmsignaal.

Door Nathalie Vandecasteele
Goed Gevoel, november 2011