Ongeveer één kind op tien leeft in nieuw samengesteld gezin

doorRedactieop 04/11/2008

In België zijn er tussen de 5,2 en 7 procent nieuw samengestelde gezinnen, waarin naar schatting 9,5 tot 10 procent van het totaal aantal kinderen leven. Wellicht ligt het aantal kinderen dat effectief en een deel van de tijd in nieuw samengestelde gezinnen leeft, een pak hoger. De Koning Boudewijnstichting vraagt meer aandacht voor de problemen en het welzijn van die kinderen.

Gevolgen voor kinderen
Nieuwe gezinsvormen komen in het begin van de eenentwintigste eeuw meer en meer voor en de Koning Boudewijnstichting (KBS) vindt dat er moet nagedacht worden over de gevolgen daarvan voor de kinderen. In opdracht van de KBS voerde de VUB een onderzoek uit aan de hand van het Rijksregister en aan de hand van een steekproef-onderzoek. De universiteit van Luik (ULG) deed een onderzoek naar facts en figures en verzamelde getuigenissen van kinderen en jongeren die leven in nieuw samengestelde gezinnen.

Op basis van de gegevens van de bevolkingsloop van het Rijksregister en het steekproef-onderzoek schat Johan Surkyn, demograaf van de VUB, dat in België 9,5 à 10 procent van het totaal aantal kinderen in een nieuw samengesteld gezin leeft. Hij baseert zich daarbij op de domicilie en het uniek adres bij co-ouderschap. "Het aantal kinderen dat op geregelde tijdstippen van de ene nieuwe samengestelde familie naar de andere verhuist, groeit voortdurend en ligt dus vermoedelijk nog hoger", aldus Surkyn.

Levensomstandigheden
Het Luikse onderzoek leert dat de klassieke gezinnen de beste levensomstandigheden hebben: 7,3 pct van hen zegt dat ze het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Van de eenoudergezinnen geeft 39,3 pct aan het moeilijk te hebben en bij de nieuw samengestelde gezinnen is dat 19,3 pct.

Ook op het vlak van huisvesting zijn er verschillen. Bij de klassieke gezinnen leeft 85,2 pct van de kinderen in een huis dat eigendom is van de ouders. Bij nieuw samengestelde gezinnen bedraagt dat percentage 57,6 pct en bij eenoudergezinnen is dat 48,9 pct. "Die tendens is ook te zien in het gebrek aan ruimte in de woning. Het gebrek aan privacy is voor 18,9 pct van de kinderen van nieuw samengestelde gezinnen een feit. Bij eenoudergezinnen is dat voor 19,6 pct van de kinderen een probleem en in klassieke families is dat slechts 5,8 pct", legt Marie-Thérèse Casman van de ULG uit.

Relatie stiefouders
Voorts is uit diepgaande gesprekken met jongeren van nieuw samengestelde gezinnen gebleken dat zij vaak problemen hebben in de relaties met hun stiefouders. "Ze hebben vaak het gevoel dat ze in 'microgezinnen' leven, veeleer dan in een 'eén' gezin, wanneer elk van de partners in het huisgezin met een of meer kinderen uit een eerder huwelijk leeft. Zo geven jongeren vaak aan dat ze niet overeenkomen met hun stiefouder(s), bijvoorbeeld als die de oorzaak is of zijn van de scheiding van de biologische ouders, of wanneer er geregeld nieuwe partners bij komen", aldus Casman. (belga/tdb/ka)