's Avonds een probleem, 's morgens de oplossing

doorRedactieop 17/04/2009

Al slapend problemen oplossen, het kan. Vele grote namen zoals Einstein, Mary Shelly en Gandhi haalden hun beste ideeën uit een droom. Hoe het jou lukt, lees je hier.

Als iemand met een probleem of dilemma zit, geven we vaak het advies: 'Slaap er eens een nachtje over'. We beseffen zelf echter niet hoe waardevol dat advies wel is. Ap Dijksterhuis, docent sociale psychologie aan de universiteit van Amsterdam, verklaart: 'De capaciteit van het onbewuste is ongeveer 200 keer groter dan die van het bewuste. Mensen zijn geneigd om over complexe dingen lang na te denken, maar dat moeten ze juist niet doen. Tijdens een rustperiode gaat je onderbewuste aan het werk. Dan is het veel makkelijker om juiste keuzes te maken en problemen op te lossen.' Waarom dus moeilijk maken als het makkelijk ook kan?

Zij gingen je voor
Veel bekende uitvindingen, theorieën en boeken zijn ontstaan uit een droom. Zo vond Friederich Kekulé, een Duitse chemicus, de oplossing voor de moleculaire structuur van benzeen in een droom. Hij was al een hele tijd aan het zoeken naar de structuur, maar vond geen antwoord. Op een nacht zag hij in zijn droom een heleboel moleculen voor zijn ogen dansen die samen een slang vormden. Plots zag Kekulé de slang in zijn eigen staart bijten. Hij schrok wakker en wist opeens dat de moleculaire structuur van benzeen een ring is. Hij won de Nobelprijs met deze ontdekking.

Een ander voorbeeld is de uitvinding van de naaimachine. Elias Howe, een Amerikaan, wilde het naaiproces automatiseren. Hij vond echter niet hoe hij de naald in de naaimachine kon passen. Na dagenlang piekeren kreeg hij een droom waarin hij achtervolgd werd door kannibalen die met speren achter hem aan zaten. Als hij de oplossing niet vond voor zijn probleem, zou hij in de kookpot belanden. Toen hij naar de speren keek, zag hij boven de punt een rondje. 's Morgens wist hij eindelijk het antwoord: het oog van de naald moest niet aan de stompe, maar aan de scherpe kant zitten. Hij nam een patent op zijn uitvinding en verdiende er veel geld mee.

Ook Mary Shelly haalde haar beste idee uit een droom. Toen ze zwanger was, droomde ze over een monster dat tot leven kwam door een elektrische vonk uit een machine. Overdag werkte ze haar droom uit en schreef de succesroman 'Het monster van Frankenstein'. Einstein werd voor zijn relativiteitstheorie geïnspireerd door een droom, Ghandi voor zijn geweldloze verzet en er zijn nog een hoop voorbeelden om op te sommen. Nog interessanter is hoe ze het deden.

Overdag links, 's nachts rechts
Je hersenen werken op twee verschillende manieren. Overdag denk je logisch en lineair met de linkerhelft van je hersenen. 's Nachts in je dromen denk je breed en associatief met de rechterhelft. Maar wat houdt dat nu precies in? Lineair denken is hetzelfde als causaal denken. Dat wil zeggen dat alles elkaar logisch opvolgt. Als er iets gebeurt, weet je wat er daarna komt, het is een soort 'abc-denken'. Na A komt B, dan C opgevolgd door D enzovoort. Dit patroon blijft zich herhalen, waardoor je altijd op dezelfde manier denkt en oplossingen zoekt. Eens je vastzit, komt het dus wel eens voor dat je er maar niet uitgeraakt. De linkerhelft die je overdag voornamelijk gebruikt, staat in voor de rationele manier van handelen en denken.

Associatief denken werkt net op de tegenovergestelde manier: helemaal niet logisch. Dat komt omdat onze hersenen anders geactiveerd zijn tijdens het slapen. De hersengebieden die zich bezighouden met het logisch verwerken van gegevens zijn minder actief tijdens het dromen. We associëren op een andere manier dan overdag. Herinneringen, ervaringen en fantasie worden door elkaar gegooid omdat ze iets gemeenschappelijk hebben. Je legt verbanden waar wel logica achterzit, maar waar je overdag niet zou opkomen. Met letters zouden bijvoorbeeld alle ronde vormen na elkaar geplaatst worden (O,C,P,Q) of alle letters met puntige vormen samengevoegd worden (M,W,V,Y). Op die manier bedenk je dus hele andere situaties en mogelijkheden. Je rechter hersenhelft zorgt ervoor dat je creatief en intuïtief handelt.

Je vreemdste dromen
Doordat je hersenen tijdens het slapen anders werken, kan je de meest bizarre dromen hebben. Je vroegere klasgenootje is plots je buurvrouw, of je vader verandert van de ene seconde op de andere in je collega op het werk. Een ander typisch kenmerk voor dromen is dat je maar één gedachtestroom tegelijk aankan. Overdag denk je aan verschillende dingen tegelijk. Je neemt de bus, want je wil naar het zwembad, je hebt je badpak bij enzovoort. In je droom neem je de bus, maar weet je helemaal niet waarom. Je doet het gewoon.

Bovendien heb je geen remmingen in je droom. Als je verliefd bent op je baas, zal je hem overdag niet in de armen springen, terwijl je dat in je slaap wel doet. Tenslotte is alles mogelijk in je droom. Je vliegt en staat er helemaal niet bij stil dat je dat helemaal niet kan. In je droom lijken al die dingen heel normaal, maar achteraf blijkt er vaak niet veel van te kloppen. Dromen laten je eigenlijk zien wat voor creatief vermogen je hebt. Iedereen heeft het, maar velen gebruiken het niet. Tijd dus om daar verandering in te brengen.

Weet dat je droomt
Eerst en vooral moet je weten wanneer iets echt of een droom is. En dat doe je via 'de realiteitstest'. Vraag je in de loop van de dag een aantal keer af 'Is dit echt?' Kijk goed om je heen en overloop alles. Heb ik de juiste mensen rondom mij, klopt de situatie en de locatie? Wat deed ik een halfuur geleden? Dan trek je een conclusie: 'Ik ben wakker' of 'Ik slaap'. Het lijkt misschien raar om dat overdag te doen, omdat je weet dat alles klopt. Maar op die manier maak je van die test een gewoonte en je gewoontes komen ook terug in je dromen. Dus stel je je dezelfde vragen in je slaap en kan je aan het kleinste foutje weten dat je aan het dromen bent. Eens je dat besef hebt, ben je lucide aan het dromen. Wat dus wil zeggen dat je beseft dat je droomt.

Leer je dromen te onthouden
Per nacht heb je vijf tot zeven dromen die samen goed zijn voor gemiddeld twee uur in dromenland. Maar om te beginnen, kan je best proberen één droom te onthouden. Als je in je bed kruipt, ontspan je dan volledig en zeg tegen jezelf: 'Ik wil mijn droom onthouden en ik zal mijn droom ook onthouden.' Zorg ervoor dat je de volgende ochtend niet gewekt wordt, maar spontaan kan ontwaken. Als je wakker wordt, blijf dan nog zeker een minuut in dezelfde houding liggen en probeer nog nergens aan te denken. Concentreer je op je droom en haal het laatste beeld terug voor de geest. Denk dan aan het beeld ervoor, en dat daarvoor en ga zo terug tot je je niets meer voor de geest kan halen. Eens je droom - of een stuk van je droom - compleet is, speel je hem nog een paar keer volledig af. Als je dan opstaat, schrijf je je droom in een schriftje. Waarschijnlijk lukt dit je niet van de eerste keer, maar geen paniek. Je hebt genoeg tijd om te oefenen, want we verblijven tenslotte één derde van ons leven in dromenland. Daarna leer je jezelf op dezelfde manier meerdere dromen te onthouden.

Bepaal de inhoud van je droom
Je droomt altijd over wat je denkt, over wat je bezighoudt. Je gedachten razen een hele dag door je hoofd, en dat verandert niet als je slaapt, alleen heb je er dan beeld bij. De conclusie is dus simpel: als je de inhoud van je dromen wil bijsturen, moet je dat eerst bij je gedachten doen. Als je de hele dag aan iets denkt, is de kans heel groot dat je er ook over droomt. Maar wie denkt er de hele dag aan hetzelfde?

Kekulé en Howe, zij dachten bijvoorbeeld aan niets anders. Gelukkig moet je dat niet ook gaan doen. Denk gewoon 's avonds voor je gaat slapen heel intensief aan een onderwerp waarover je wil dromen. Doe dat liefst met beelden. De kans is dan ook al groot dat je erover droomt. Zorg wel dat het gaat om iets dat je echt raakt. Als je iets kiest om mee te oefenen, kies dan iets waar je dus écht een antwoord op wil vinden en denk er een kwartier over na in beeldvorm. Neem in je bed voorwerpen mee die je aan je onderwerp doen denken. Dat vergroot de kans dat je in slaap valt terwijl je er aan denkt en er dus ook over zal gaan dromen. Blijf zoveel mogelijk dromen opschrijven en controleer of je de inhoud van je droom al hebt kunnen beïnvloeden. Hoelang het duurt voor je dat lukt, verschilt van persoon tot persoon.

Je gedroomde oplossing
Nu kan je problemen gaan oplossen in je slaap. Als je gaat slapen, denk dan aan het probleem waar je mee zit. Formuleer één vraag en herhaal ze in je hoofd. Schrijf ze ook op en leg het papier met je vraag naast je bed. 's Morgens word je rustig wakker zonder wekker. Haal je droom terug voor de geest en schrijf hem op. Probeer hem dan aan de realiteit te toetsen.

Kan je er iets uithalen dat je vooruithelpt? Soms denk je in je slaap dat je het antwoord hebt gevonden, maar blijkt 's morgens dat het klinkklare onzin is. Verwacht geen wonderen en blijf geduldig. De kans bestaat dat je plots toch het nodige inzicht krijgt om je probleem op te lossen. Lijkt het niet te lukken? Oefening baart kunst. Per jaar heb je ongeveer 2000 dromen. Genoeg kansen dus om uiteindelijk te slagen in je opzet.

Door Mieke D'Hondt
Goed Gevoel, april 2009